“Diversiteit is de norm”


De UGent werkt hard om zichzelf diverser te maken en te dekoloniseren. Badra Djait is als coördinator Diversiteit en Inclusie aan het kabinet van de vicerector een cruciaal figuur in dat proces. "Dekoloniseren betekent investeren in meer diversiteit, inclusie en sociale rechtvaardigheid."

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/03/2022 – 22:14 door Odile De Vos

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Naast haar func­tie in het kabi­net van vicerec­tor Mieke Van Her­reweghe, is de Gents-Alger­i­jnse Badra Djait voorzit­ter van VOEM, oprichter van de vzw’s Veg­gie = Halal en Gan­dahuis en globaal actief in de kun­sten­sec­tor. Haar een bezige bij noe­men is in dit geval dus geen holle taal.

Onge­makke­lijke stock­fo­to over diver­siteit

Hoe ziet u de dekolonisatie van de Uni­ver­siteit Gent?

“Dekolonis­eren betekent investeren in meer diver­siteit, inclusie en sociale recht­vaardigheid. Voor mij is er een heel belan­grijk ver­schil tussen die drie ter­men. Diver­siteit gaat over het erken­nen van ver­schillen tussen mensen. Die diver­siteit is inter­sec­tion­eel: het kan gaan over een com­bi­natie van gen­der, migratieachter­grond, soci­aale­conomis­che achter­grond, sek­suele geaard­heid, een beperk­ing of iets anders. Als iemand zegt – en dat heb ik ook al meege­maakt bin­nen de UGent –  “Ik zie geen ver­schil tussen mensen, ik behan­del iedereen op een gelijke manier”, dan weet je dat die drin­gend een cur­sus nodig heeft rond uncon­scious bias. Je moet immers net het ver­schil erken­nen. Boven­di­en mag een per­soon zelf niet als divers gezien wor­den. Het is niet omdat ik een migratieachter­grond heb, dat ik ineens divers ben, want dan impliceer je eigen­lijk dat een per­soon zon­der migratieachter­grond de norm is. Groepen van min­der­he­den zoals vrouwen of LGBTQIA+ wor­den vaak gezien als ‘divers’, maar eigen­lijk zeg je daarmee dat een cis­gen­der man de norm is. Dat is niet zo. Diver­siteit is de norm.”

“Als je een man belt, gaat hij onmid­del­lijk akko­ord en staat hij die avond nog in de stu­dio. Bij vrouwen is dat anders” 

Hoe kan de UGent diver­siteit vol­gens u het beste aan­pakken?

“Als je enkel investeert in diver­siteit maar niet in inclusie, investeer je enkel in instroom. Dat lei­dt tot een draaideur­ef­fect: mensen komen bin­nen en denken: ‘Wow, wat is dit hier? Dit is mijn wereld niet’ en ze vertrekken weer. Dat is iets waar­van we ons bewust moeten zijn. Investeren in diver­siteit en inclusie vergt hard werken. Het is niet omdat je quo­ta invo­ert of omdat je een of andere actie uitvo­ert op maat van een bepaalde doel­groep, dat je opeens diver­siteit hebt. Ik moet denken aan een recent voor­beeld van de VRT. De VRT wil investeren in meer gen­der­di­verse pan­els in programma’s zoals de ‘Zevende Dag’ en ‘Terza­ke’. Wat blijkt? Als je een man belt, gaat hij onmid­del­lijk akko­ord en staat hij die avond nog in de stu­dio. Bij vrouwen is dat anders, dan moet je tien keer bellen vooraleer iemand bereid is om deel te nemen aan dat pan­elge­sprek. Je moet er dus hard­er voor werken en dat geldt voor diver­siteit op alle vlakken.”

Hoe investeert men dan best in inclusie?

“Investeren in inclusie is investeren in doorstroom: ervoor zor­gen dat mensen erbij mogen horen, dat ze welkom zijn, dat ze deel mogen uit­mak­en van de organ­isatie en mee aan tafel mogen zit­ten. Ik hoor dat, bijvoor­beeld, ook als het gaat over rol­stoel­ge­bruik­ers. Wat zij echt vra­gen, is een rad­i­caal soci­aal, inclusief toe­ganke­lijkhei­ds­beleid. Zij willen samen onafhanke­lijk en samen met andere stu­den­ten of medew­erk­ers de gebouwen kun­nen betre­den, in plaats van gecon­fron­teerd te wor­den met een een­zame zoek­tocht naar een of andere zijin­gang of de brand­deur, bij wijze van spreken. Ze zijn vaak gedoemd tot afhanke­lijkheid en lief­dadigheid.”

Wat betekent sociale recht­vaardigheid voor u?

“Sociale recht­vaardigheid gaat om het bewust zijn van de sociale ongelijkhe­den. Wan­neer hier­aan gew­erkt wordt, moet dat gebeuren vanu­it een gelijk­waardi­ge houd­ing. Het gevaar is dat men soms ver­valt in een white sav­iour per­spec­tief, wat betekent dat men eigen­lijk vanu­it een soort superieure posi­tie die per­soon probeert te helpen, door beslissin­gen te nemen in hun plaats. Daar moeten we echt van af stap­pen, want een inclusief beleid met aan­dacht voor sociale recht­vaardigheid wil zeggen dat je werkt aan co-cre­atie. Je moet ervoor zor­gen dat mensen mee mogen nadenken, ver­ant­wo­ordelijkheid nemen en beslis­sen. Dat is voor mij de essen­tie van dekolonisatie. Geen ‘Kom eens even rea­geren op het besluit dat ik al voor u genomen heb’.”

“Investeren in diver­siteit en inclusie vergt hard werken” 

U zetelt in de stu­ur­groep Diver­siteits­gevoelig onder­wi­js van de UGent. Wat wordt daar zoal bespro­ken?

“In samen­werk­ing met vijf fac­ul­teit­en is een diver­siteitss­can uit­gew­erkt, die werd omgevor­md tot een soort reflec­ti­etool. Dat is onder­tussen al een jaar aan de gang en de samen­werk­ing tussen de ver­schil­lende fac­ul­teit­en ver­loopt heel goed. Nog een project is de code dis­crim­i­natie en grensover­schri­j­dend gedrag, als vernieuwing van de code grensover­schri­j­dend gedrag. Vroeger was er enkel een antidis­crim­i­natiev­erk­lar­ing, maar een verk­lar­ing is van­daag niet meer vol­doende. Dat wil gewoon zeggen dat je akko­ord gaat met de wet­gev­ing, maar zegt niet wat je zelf tegen dis­crim­i­natie doet. Een code is veel sterk­er, daarin gaan we dan ook bepalen hoe die pro­ce­dure veel transparan­ter kan gemaakt wor­den en wat er alle­maal mogelijk is qua acties.”

U bent ook lid van de werk­groep Diver­siteit en Inclusie. Zijn dat dezelfde onder­w­er­pen die daar ter sprake komen?

“Er wordt daar immens veel bespro­ken. De laat­ste keer ging het over diver­siteits­gevoelig onder­wi­js. Inclusieve com­mu­ni­catie kwam aan bod, ook het char­ter voor inclusie van de fac­ul­teit Geneeskunde, wat een heel mooi ini­ti­atief was van de stu­den­ten­v­erenigin­gen van de fac­ul­teit. Er was ook een gen­der­analyse van de onder­zoeken in het kad­er van het FWO (Fonds voor Weten­schap­pelijk Onder­zoek, red.), dus dat ging over de analyse van de onder­zoek­ers die deel­ne­men aan de onder­zoek­spro­jecten van FWO. Toe­ganke­lijkheid aan de UGent kwam ook aan bod. Ik kan zo tien­tallen pro­jecten opsom­men (lacht). ”

Op welke noot wenst u te eindi­gen?

“Dekolonisatie is een werk van lange adem. Het is een pro­ces waar­bij we ons denken als het ware moeten omvor­men. Dat is de ver­ant­wo­ordelijkheid van iedereen, niet enkel de medew­erk­ers van Diver­siteit & Inclusie. Voor mij gaat diver­siteit over relaties tussen mensen, het col­lec­tief, waarin we moeten investeren.”