De zin en onzin van de ‘harde knip’


De UGent maakte onlangs de eerste cijfers bekend van de zogenaamde 'harde knip' na de tweede zitperiode van vorig academiejaar. Wat blijkt: de slaagcijfers zijn opvallend gestegen, met zo'n 10 à 20 procent. Een effectieve maatregel zou je dan denken?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 13/10/2025 – 7:44 door Marie Soeten­sRobin Chan

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Sinds het acad­e­mie­jaar 2023–2024 werd een nieuwe maa­tregel ingevo­erd door toen­ma­lig Vlaams min­is­ter van Onder­wi­js Ben Weyts om stu­den­ten te motiv­eren hun studie suc­cesvol af te ron­den. Wie na twee jaar niet slaagt voor alle eerste­jaarsvakken zal te mak­en kri­j­gen met de ‘harde knip’ en zal zijn of haar richt­ing noodged­won­gen moeten stopzetten aan een­der welke Vlaamse uni­ver­siteit. Je kan je echter wel nog inschri­jven in een andere oplei­d­ing aan een uni­ver­siteit of hogeschool, maar dan start je opnieuw vanaf nul. 

Stu­den­ten hebben hun gedrag veran­derd en zetten zich hard­er in om te sla­gen voor de eerste­jaarsvakken

De recentste cijfers tonen aan dat zo’n 27% van de stu­den­ten hun studie noodged­won­gen moet stopzetten door slechts één of twee vakken waar ze niet op sla­gen in vier zit­ti­j­den. In vergelijk­ing met vorige jaren, toen de ‘harde knip’ nog niet bestond, is dat per­cent­age wel opmerke­lijk gedaald. Vol­gens sim­u­laties van de UGent zou toen 43% van de stu­den­ten geweigerd zijn om hun oplei­d­ing voort te zetten indi­en de ‘harde knip’ toen al bestond.

Succes volgens de cijfers

De UGent is aan­ge­naam ver­rast door deze cijfers en trekt duidelijk een con­clusie: stu­den­ten hebben hun gedrag veran­derd en zetten zich hard­er in om te sla­gen voor de eerste­jaarsvakken. De uni­ver­siteit­en willen deze posi­tieve ten­dens behouden en ze zullen daarom bli­jven inzetten op het behoe­den van stu­den­ten die jaren­lang stud­eren zon­der uitein­delijk een diplo­ma te behalen. Uit his­torische data is bijvoor­beeld ook gebleken dat de kans zeer klein is dat stu­den­ten een diplo­ma bin­nen redelijke tijd kun­nen halen als ze niet bin­nen 2 jaar sla­gen voor alle eerste­jaarsvakken. Daar­bij geeft data van de SIMON-test aan dat 90% van de stu­den­ten die een lage score behaalt op de slaagkans, de ‘harde knip’ niet haalt; voor de uni­ver­siteit­en een extra reden om de ‘harde knip’ te bli­jven hanteren. 

Toch gaan veel stu­den­ten gebukt onder de maa­tregel. Zij die na 2 jaar niet sla­gen voor alle eerste­jaars vakken dienen zich te heror­iën­teren. Indi­en ze dat wensen, kun­nen ze hier­bij wel advies kri­j­gen van indi­vidu­ele studie- en tra­ject­begelei­ders aan de UGent. Maar zo’n heror­iën­tatie heeft voor veel stu­den­ten ook een men­tale impact. Uit een enquête van de Gentse Stu­den­ten­raad naar men­taal wel­bevin­den is gebleken dat deze stu­den­ten duidelijk met meer psy­chis­che prob­le­men kam­p­en dan zij die de ‘harde knip’ over­leef­den. Data over de profie­len die uit de boot vallen door de ‘harde knip’ zijn niet gedeeld, maar oor­spronke­lijk werd er wel gevreesd dat de maa­tregel vooral kwets­bare stu­den­ten zou tre­f­fen. 

De kans bestaat nu dat stu­den­ten sneller een beroep zullen aan­teke­nen dan voor­gaande jaren tegen een weiger­ing

Boven­di­en is het niet voor iedere stu­dent weggelegd om het dure stu­den­ten­leven te bekosti­gen. Maar lief­st 75% van de Bel­gis­che stu­den­ten werkt namelijk tij­dens het acad­e­mie­jaar als job­stu­dent. Die stu­den­ten zullen mogelijk door de ‘harde knip’ uit de boot vallen en een psy­chol­o­gisch lastig tra­ject moeten afleggen. Met de recente optrekking van het max­i­mum aan­tal werkuren van job­stu­den­ten, lijkt de regering ook tegen­stri­jdi­ge stand­pun­ten te verdedi­gen. De stu­dent wordt aange­moedigd zoveel mogelijk tijd door te bren­gen op de werkvlo­er, maar dient zijn of haar oplei­d­ing wel net­jes af te leggen bin­nen korte duur.

De keerzijde van succes

Niet enkel voor de stu­den­ten, maar ook voor de uni­ver­siteit­en zelf is er toch een groot nadeel ver­bon­den aan de invo­er­ing van de ‘harde knip’. De kans bestaat nu dat stu­den­ten sneller een beroep zullen aan­teke­nen dan voor­gaande jaren tegen een weiger­ing. Toch slaat de UGent nog niet in paniek. Inte­gen­deel, ze is er opti­mistisch over en gaat ervan uit dat dit aan­tal sta­biel zal bli­jven en niet opval­lend zal sti­j­gen na de invo­er­ing van de ‘harde knip’. Of dat effec­tief het geval is, zullen we lat­er kun­nen eval­ueren. 

Deze ver­sie van de ‘harde knip’ was echter niet de eerste. Het voors­tel lag al sinds 2019 op tafel als maa­tregel om stu­den­ten min­der lang in het hoger onder­wi­js te houden. Aan­vanke­lijk kon je als stu­dent niet aan een mas­tero­plei­d­ing starten als je nog 30 studiepun­ten uit een vooraf­gaande bach­e­loro­plei­d­ing moest opne­men. Na bedenkin­gen vanu­it de bevolk­ing en de regering is deze maa­tregel uitein­delijk geëvolueerd tot het huidi­ge zwaard van Damo­cles dat boven begin­nende stu­den­ten ben­gelt.

Na de pub­li­catie van de eerste cijfers van de ‘harde knip’ door de UGent kan je u afvra­gen of ze wel het volledi­ge beeld weergeven. Ondanks het feit dat de slaag­ci­jfers de hoogte ingaan, moet er toch reken­ing gehouden wor­den met de men­tale last en stress die de stu­den­ten hier­bij ervaren. In principe laat de ‘harde knip’ ook toe dat stu­den­ten hun eerste jaar sprei­den over twee jaar indi­en ze vakken moeten meen­e­men, wat de orig­inele opzet van de ‘harde knip’ in zekere zin onder­mi­jnt. Voor de UGent lijkt het alleszins een effec­tieve maa­tregel die ze de komende jaren graag verderzetten.