De Zevende Klimaatsdiscussie


Geachte dr. Maarten Boudry Rustig rondzap­pend kwam ik zondag­mid­dag op ‘De Zevende Dag’ terecht, toe­val­lig in het begin van uw gesprek met Lis­beth Imbo en Anuna De Wev­er. In alle eerlijkheid herk­ende ik u nauwelijks, maar uw naam deed toch een bel­let­je rinke­len na het nieuws over het ont­van­gen van de leer­stoel ‘Eti­enne Ver­meer­sch’. Vol nieuws­gierigheid…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 30/09/2019 – 16:59 door Collin Car­don

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Geachte dr. Maarten Boudry

Rustig rondzap­pend kwam ik zondag­mid­dag op ‘De Zevende Dag’ terecht, toe­val­lig in het begin van uw gesprek met Lis­beth Imbo en Anuna De Wev­er. In alle eerlijkheid herk­ende ik u nauwelijks, maar uw naam deed toch een bel­let­je rinke­len na het nieuws over het ont­van­gen van de leer­stoel ‘Eti­enne Ver­meer­sch’. Vol nieuws­gierigheid luis­ter­de ik naar wat u te zeggen had. En wat u te zeggen had gaf me eerlijk gezegd een veront­waardigd gevoel. Dus her­startte ik het gesprek. Ik zou de con­text wel gemist hebben, veron­der­stelde ik.

Niets was echter min­der waar. Het begon al bij het begin. Toen mevrouw Imbo u ‘eco­re­al­ist’ noemde, schoot u onmid­delijk met een gri­jns in de verdedig­ing: “Eco­mod­ernist, is de oor­spronke­lijke term, de andere is van N‑VA.” Eerst zag ik dit als iets posi­tief: “Gelukkig,” dacht ik, “hij aapt niet gewoon een poli­tieke par­tij na.” Toch ver­baas­de het me dat er opmerke­lijk grote gelijkenis­sen zijn tussen uw visie op kli­maat en die van de poli­tieke par­tij, van uw ideeën over kernen­ergie tot het opz­i­jzetten van delen van kli­maat­be­togers als anti-kap­i­tal­is­ten, zoals blijkt in uw open brief en uw NRC-opini­es­tuk ‘Kli­maat­ac­tivis­ten geven niet om het kli­maat’: “Het kli­maat dient vooral als breek­i­jz­er om dat­gene te bereiken waar hun (velen van de kli­maat­ac­tivis­ten, red.) harten echt van opsprin­gen: rad­i­cale en alle­som­vat­tende sys­teemveran­der­ing. Het kli­maat is een stok om de hond te slaan en de hond luis­tert naar de naam ‘kap­i­tal­isme’. Of pre­ciez­er: het huidi­ge indus­triële, kap­i­tal­is­tis­che, neolib­erale, op groei gerichte, west­erse samen­lev­ingsmod­el.” Alsof de helft van de huidi­ge kli­maat­be­weg­ing lid zou zijn van Comac.

Maar dit betekent niet dat u niet ergens een punt hebt, niet elke zelf­be­noemde kli­maat­s­ac­tivist heeft het werke­lijk zo goed voor met het kli­maat als ze bew­eren, en prof­i­teurs zijn er alti­jd. (Klimaat)problemen zijn alti­jd ingewikkelder dan ze op het eerste gezicht lijken. Als ik iets heb geleerd in de 21 jaar die ik hier rond­loop, dan is het dat als de oploss­ing echt makke­lijk zou zijn, ze al gevon­den en uit­gevo­erd zou zijn. Maar het bleef echter niet bij dit ene voor­val. Het­geen me pas echt onrustig maakt, was een uit­spraak iets verder in uw gesprek, over fos­siele brand­stof­fen. Ik citeer: “Maar er is een goede reden voor onze politi­ci en onze bedri­jf­slei­ders om gigan­tis­che hoeveel­he­den CO2 in de atmos­feer pom­pen. En dat is omdat CO2, die afkom­stig is van fos­siele brand­stof­fen, een gigan­tis­che zegen is geweest voor de mensen de afgelopen 200 jaar, … Dus als je naar de wereldgeschiede­nis kijkt, tot aan de Indus­triële rev­o­lu­tie, zie je eigen­lijk armoede, doffe ellende en mis­erie.” U ver­wi­jst hier, zo leer ik uit uw open brief, naar Thomas Hobbes, die het menselijk lev­en voor de Indus­triële rev­o­lu­tie beschreef als ‘een­za­am, armoedig, afschuwelijk, beestachtig en kort’, en ook verder in het gesprek kunt u niet zwi­j­gen over wat een zegen dit wel niet was. En hier wringt het schoen­t­je, waarde heer Boudry.

Want het inter­es­santste wat ik heb geleerd in de eerste twee jaren van mijn oplei­d­ing geschiede­nis, is dat geschiede­nis willekeurig is. Als Duit­s­land de Tweede Werel­door­log had gewon­nen, had onze maatschap­pij er anders uit­gezien. Als Napoleon niet werd ver­sla­gen ook, en als het onderne­m­ingskli­maat, de economis­che omstandighe­den en het intel­lect elders aan­wezig waren, was de Indus­triële rev­o­lu­tie, uw Pre­cious, miss­chien wel elders begonnen. Want hoe veel voorde­len die ook had, het is te makke­lijk om het vanu­it west­ers oog­punt als puur posi­tief te zien. De arbei­d­som­standighe­den, de dom­i­nantie over en verniel­ing van geheel andere, en toch niet min­der­waardi­ge cul­turen in Ameri­ka, Azië en Afri­ka, die dan ook zou lei­den tot verdere racisme en seg­re­gatie, en zoveel andere poli­tieke, economis­che en cul­turele voor­vallen, zijn hier ook een prod­uct van. Onze maatschap­pij is hoe zij is, van­wege gebeurtenis­sen die hon­der­den jaren gele­den plaatsvon­den, hoe toe­val­lig deze ook waren. We hebben inder­daad onze heden­daagse sit­u­atie hier­aan te danken. Maar zo vanzelf­sprek­end als u dit voorstelt, is het verre van. Uw ver­heer­lijk­ing van de indus­triële rev­o­lu­tie en daarmee samen­hangend CO2 en fos­siele brand­stof­fen doet voor mij dus te kort, zoveel is duidelijk. Dat u dit dan langs de ene kant verdedigt en toch langs de andere kant zegt dat we zo snel als economisch houd­baar is moeten over­schake­len op alter­natieven, lijkt me op z’n minst gezegd vreemd, al dan niet veron­trustend. Hoewel u dis­cussies over Gre­ta Thun­berg als per­soon naar eigen zeggen probeert te mij­den omdat ze aflei­den van de kern van de zaak, heeft u in het gesprek duidelijk geen prob­leem om de kern van de zaak te mij­den, namelijk dat regerin­gen ver­ant­wo­ordelijk moeten wor­den gehouden voor de hoeveel­heid CO2 die ze de wereld in pom­pen.

Ten slotte wil ik graag eindi­gen met een advies, het advies van een 21-jarige stu­dent, niet ver­bon­den en niet al te bek­end met kli­maat­be­weg­in­gen. U zit met het­zelfde prob­leem, al komen de kli­maatjon­geren en u met andere oplossin­gen. De wereld zal inder­daad niet onmid­del­lijk ver­gaan, maar de maatschap­pij die wij ken­nen kan dat absolu­ut wel. Wij, als klein land, kun­nen inder­daad niet extreem veel doen aan het kli­maat, behalve met onze tech­nol­o­gis­che kunde, maar we kun­nen wel de inter­na­tionale jeugd ste­unen, die vraagt om daad­w­erke­lijke stap­pen in de goede richt­ing, en een reac­tie van regerin­gen, omdat er wel degelijk een prob­leem is, vra­gen, want zelfs daarover is niet iedereen het eens. En dan heb ik liev­er hoop in de jeugd dan vertrouwen in de ver­gri­jzende vol­wasse­nen. Noem me gerust naïef. Maar als dat naïef zijn is, zie dit dan als een oproep om iets naïev­er te vertrouwen in de jeugd, mijn­heer Boudry. Ik wil gerust geloven dat u niet een van de oude bange blanke man­nen bent naar wie u ver­wees in het gesprek, maar het bel­erend over­handi­gen van uw recentste boek na het gesprek lijkt me niet het beste bewi­js daar­van.