De wachtrij


Sarah Dagelijks een wachtrij tot buiten, aan pop­u­lar­iteit geen gebrek. Nee hoor, niet de nieuwe cook­ie dough bar van een paar strat­en verder, wel de damestoi­let­ten van de rechts­fac­ul­teit. Tij­dens mijn vele wan­delinget­jes tussen het the­sis schri­jven door – op som­mige dagen is dit eerder omge­keerd – merk­te ik hen op, de keurige recht­en­meis­jes die…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/04/2018 – 7:24 door Sarah Van Meel

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Sarah

Dagelijks een wachtrij tot buiten, aan pop­u­lar­iteit geen gebrek. Nee hoor, niet de nieuwe cook­ie dough bar van een paar strat­en verder, wel de damestoi­let­ten van de rechts­fac­ul­teit. Tij­dens mijn vele wan­delinget­jes tussen het the­sis schri­jven door – op som­mige dagen is dit eerder omge­keerd – merk­te ik hen op, de keurige recht­en­meis­jes die op één lijn staan te wachen. Op de ver­loss­ing of op Godot, wie zal het zeggen. Er is vast een reden waarom zij, en niet de man­nen ernaast, de neig­ing hebben een wachtrij te vor­men. Niet dat ik er zelf het geduld voor heb. Meestal glip ik de man­nen­toi­let­ten bin­nen of haast ik me naar een andere verdieping. Per­soon­lijk vind ik de hele man-vrouwop­splits­ing nogal – excuseer me voor de uit­drukking – van de pot gerukt en kan ik niet geloven dat kri­tisch denk­ende vrouwen bij die tra­di­tionale tweedel­ing willen bli­jven. De verk­lar­ing ligt vast elders, dus schuif ik, deze keer met een goed excu­us, van achter mijn pc van­daan om op onder­zoek te gaan.

Het ter­rein is een waar oor­logs­ge­bied. Toi­letrollen liggen kriskras over de vlo­er, half uit­gerold en besmeurd. De deuren van de hok­jes staan wagen­wi­jd open en één bril staat rech­top. Vel­let­jes wc-papi­er bedekken de vlo­er en de houd­ers zijn leeg. Feest. Miss­chien is dat het wel, bedacht ik me. Uren­lange saaie lessen recht kun­nen niet anders dan een broei­haard wezen voor gore fan­tasieën die moeten wor­den uit­gevo­erd. Wc-rollen in het rond gooien is miss­chien zo’n daad van rebel­lie. Wie weet wordt zo’n rol bin­nen een paar jaar ver­van­gen door een bran­dende molo­tov­cock­tail die met een­zelfde achteloze zwaai richt­ing de wagen van de ex wordt ges­lingerd. Eén ding is zek­er: verder­fe­lijkhe­den vra­gen tijd, wat de wachtrij kan verk­laren.

Een andere optie is dat de rij bestaat uit snobs die houden van de spitsvondi­ge stuk­jes mod­erne kun­st in elk hok­je. De witte, vormeloze objecten, vergezeld door het bijschrift “dit is geen vuil­nis­bak”, kocht de decaan onlangs aan voor duizen­den euro’s. Dit alles met het doel de vrouwelijke stu­dent niet enkel naast, maar ook op de toi­let­pot intel­lectueel te stim­uleren. “Wij willen ook een musee op de plee!” luidt het protest van de man­nelijke stu­dent. Nu, ik kan hem geen ongelijk geven. Soit, de kun­ster­var­ing. Ik stel me voor hoe zij, de kun­st­min­nende stu­dente, bal­anceert op de bril ter­wi­jl ze de ware beteke­nis van het object probeert te achter­halen. Miss­chien graait ze wat vel­let­jes toi­let­pa­pi­er van de – waar anders – vlo­er om haar tra­nen van ontroer­ing te dro­gen. Miss­chien vraagt ze zich ver­twi­jfeld af waar ze in god­snaam heen moet met die tam­pon. Eén ding is zek­er: mod­erne kun­st vraagt tijd, wat ook de wachtrij kan verk­laren.