De trol van Tinder


Na een gebroken hart en mogelijks gebroken traanklieren werd het langzaam tijd om die met chipsvlekken besmeurde jogging in te wisselen voor een jeansbroek waar ik ook effectief mee kon buitenkomen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 1/05/2022 – 21:23 door Nette De Schri­jver

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het plan was sim­pel − in the­o­rie dan toch. De prak­tijk ver­liep net iets min­der vlot dan gedacht. Na mijn shift op het werk gin­gen M. en ik samen gezel­lig iets drinken. Het uni­ver­sum dacht daar echter duidelijk anders over en haalde alle truc­jes uit de kast om te ver­hin­deren dat ik op tijd zou aankomen in het cafeet­je waar we had­den afge­spro­ken.

Eerst deden mijn collega’s en ik er meerdere decen­nia over om de winkel te sluiten en op te ruimen. Wan­neer ik ein­delijk weg­ger­aak­te, vloog ik direct met de fiets naar mijn kot om nog snel van T‑shirt te kun­nen wis­se­len en mezelf moed in te prat­en voor de spiegel. Na een vluchtige blik op de klok besefte ik dat ik al te laat was, dus ik stu­urde M. snel een bericht­je en spurtte de trap af. Ik sprong op mijn fiets en merk­te vol onge­noe­gen dat mijn ban­den even plat waren als de tong­val van de gemid­delde Antwer­pe­naar. Ik besloot het com­pleet te negeren en te doen alsof de kas­seien niet al mijn inge­wan­den door elka­ar aan het schud­den waren.

Spiedend naar mogelijke vluchtwe­gen stapte ik de trap op

Met twintig minuten ver­trag­ing, duizend kilo stress en com­pleet ger­ad­braakt was ik ein­delijk aangekomen in het café waar we iets gin­gen drinken: de Trollekelder. Ik voelde me er al onmid­del­lijk hele­maal op mijn plaats: klein, bezweet en com­pleet buiten adem. Ik was de trol van Tin­der. Hopelijk zou mijn date bli­jven zit­ten nadat hij mij in het echt zag.

Met een bang hart en een spiedend oog naar zow­el mijn date als mogelijke vluchtwe­gen stapte ik de trap op. Hij zat er nog! M. had op mij gewacht! De zenuwen ebden wat weg nu dat ik wist dat ik niet voor niets mijn achter­w­erk en maag door de fiet­stocht van de hel had gesleurd. Met een Kas­teel Rouge in mijn hand en een blos op mijn wan­gen van het fiet­sen − ik was nog steeds aan het bekomen − begonnen we wat onwen­nig te prat­en. Al snel zat­en we aan het vol­gende drankje en waren we afgestapt van de ‘Wat is jouw favori­ete vakantiebestemming?’-vragen en veran­derde het in een vlotte en fijne drie-uur-durende babbel.

Helaas, ik had de ocht­end erna onmenselijk vroeg les, dus rond half één besloten we om langza­am af te ron­den. Bij het afscheid nemen had ik een knuffel verwacht. Of een kus op de wang. Of een hand? Een knipoog? Desnoods een high five. Maar nee, ik moest het stellen met een “allez, tot de vol­gende he, ik vond het heel gezel­lig!”.

En dat is het ver­haal van mijn allereer­ste echte date. Een heel klein beet­je teleurstel­lend. Miss­chien moet ik dat roman­tis­che idee van ‘liefde op het eerste zicht’ en ‘ze leef­den nog lang en gelukkig’ toch maar eens her­bek­ijken. Voor nu zal ik het (helaas) met spo­radis­che Tin­der­dates moeten doen.