De sugardaddy van de UGent


Op 11 oktober stonden betogers in Brussel op de barricaden om de chronische onderfinanciering van het hoger onderwijs vanuit de Vlaamse Overheid aan te klagen. Maar hoe zit die financiering eigenlijk in elkaar en waar wringt het schoentje?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/11/2023 – 7:12 door Anaïs Vanass­cheNoah Dol­sHéloise Van­dek­er­ck­hove

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Onze uni­ver­siteit is een grote machine die elke dag draait om ervoor te zor­gen dat stu­den­ten klaargestoomd rak­en voor de echte wereld. Zo’n machine heeft een gigan­tis­che omzet nodig om dat alles klaar te spe­len. De groot­ste geld­schi­eter van het hoger onder­wi­js is uit­er­aard de Vlaamse Over­heid. Het financier­ings­de­creet van 2008 legt vast hoe dat werkt. Er is eigen­lijk één enveloppe die de over­heid op basis van een aan­tal onder­wi­js- en onder­zoekspa­ra­me­ters, zoals aan­tal opgenomen en ver­wor­ven studiepun­ten en het aan­tal doc­tor­at­en over een bepaalde peri­ode, verdeelt over de uni­ver­siteit­en en de hogesc­holen.

Een klikkend enveloppetje

Welke instelling hoeveel kri­jgt, wordt elk jaar her­bekeken, maar het bedrag in de enveloppe bli­jft min of meer het­zelfde. Het financier­ings­de­creet voorzi­et echter een paar fac­toren die een invloed hebben op de omvang van het bedrag in de enveloppe. Ten eerste is er het klik­mech­a­nisme. Als het aan­tal stu­den­ten in alle uni­ver­siteit­en of in alle hogesc­holen samen over een bepaald tijd­ven­ster met min­stens 2% sti­jgt, dan sti­jgt het bedrag in de enveloppe ook met 2%.

Ten tweede is er de index­ering. Net zoals pri­jzen in de super­markt en de huur­pri­js van je kot is ook de onder­wi­jsen­veloppe onder­he­vig aan de dein­ing van de economie. Index­ering betekent eigen­lijk gewoon dat het bedrag aangepast wordt wan­neer er sprake is van inflatie, zodat het bedrag nog steeds dezelfde koop­kracht verte­gen­wo­ordigt ondanks het feit dat de munt in waarde gedaald is. Ten derde zijn er de groeipaden die extra financier­ing bieden voor zak­en zoals nieuwe acad­emis­che oplei­din­gen.

349,5 miljoen of meer?

De mech­a­nismes ver­ankerd in het financier­ings­de­creet wor­den gro­ten­deels toegepast, maar in de ruimte tussen gro­ten­deels en volledig zit­ten toch nog heel wat euro’s vast. De Vlaamse Over­heid sprong in het verleden nogal los­jes om met het toepassen van de kliks en betaalt bepaalde groeipaden niet of onvolledig uit. Ook de index­ering laat te wensen over, aangezien die slechts voor 80% is doorgevo­erd.

Stephanie Lenoir, woord­vo­er­ster van de UGent, laat weten dat de uni­ver­siteit­en en hogesc­holen in 2022 samen 349,5 miljoen euro min­der bas­is­fi­nancier­ing kre­gen dan ze had­den moeten ont­van­gen als de Vlaamse Regering haar dec­re­tale ver­plichtin­gen cor­rect had uit­gevo­erd sinds 2008. Voor de uni­ver­siteit­en alleen betekent dit dat in de afgelopen tien jaar de financier­ing per stu­dent daalde van 8.315 euro naar 7.777 euro.

“In de meth­ode van de VLIR wordt geen reken­ing gehouden met de impli­ci­ete besparin­gen” ‑Tim Joosen (ACOD)

Afhanke­lijk van aan wie je het vraagt loopt de teller nog meer op. ACOD Onder­wi­js, de onder­wi­js­vak­bond, spreekt van een gat dat jaar­lijks 667 miljoen euro bedraagt. ACOD-vak­bonds­man Tim Joosen wijt deze dis­crepantie in de cijfers aan een ver­schil in de bereken­ingsmeth­ode. UGent haalt haar cijfers bij de VLIR, (Vlaamse Interuni­ver­si­taire Raad, red.) die keek naar alle expli­ci­ete bespar­ings­maa­trege­len die de Vlaamse regering genomen heeft in het hoger onder­wi­js sinds de invo­er­ing van het financier­ings­de­creet.

“In de meth­ode van de VLIR wordt geen reken­ing gehouden met de impli­ci­ete besparin­gen”, aldus Joosen. Hij geeft als voor­beeld het klik­mech­a­nisme, waar­bij het bedrag in de enveloppe met 2% sti­jgt als de stu­den­ten­pop­u­latie met 2% sti­jgt. Elke sti­jging boven die 2% wordt doorgeschoven naar vol­gende jaren, wat dus betekent dat de Vlaamse over­heid eigen­lijk 6 à 7 kliks achter­loopt. “De VLIR houdt echter enkel reken­ing met de kliks die de Vlaamse regering expli­ci­et heeft geschrapt.”

Een portefeuille van 7,5 kiloton

De uni­ver­siteit heeft een jaar­lijkse omzet van 1 mil­jard euro. Een grote helft van het zakgeld van onze alma mater wordt beschouwd als de cen­trale begrot­ing. Hier­van wordt ongeveer 70% in haar loonkosten geïn­vesteerd, want haar per­son­eel ver­di­ent natu­urlijk een cen­t­je voor­dat ze ontsla­gen wor­den tegen 2027. Ongeveer 20% steekt ze in haar werk­ingsmid­de­len en ongeveer 10% in haar infra­struc­tu­ur. Want we willen niet dat het nog eens bin­nen­re­gent in de audi­to­ria van cam­pus Dunant tij­dens de exa­m­ens. De kleine overige helft van dat mil­jard omzet wordt verder in investerin­gen in infra­struc­tu­ur, stu­den­ten­voorzienin­gen en onder­zoek­spro­jecten gesto­ken.

We willen niet dat het nog eens bin­nen­re­gent in de audi­to­ria van cam­pus Dunant tij­dens de exa­m­ens

Dit lijkt miss­chien een gewichtige porte­feuille van 7,5 kilo­ton in euro­munten, maar door de – tromgerof­fel – inflatie heeft de raad van bestu­ur ervoor gekozen om een pakket aan maa­trege­len op de cen­trale begrot­ing door te voeren. Dit zou zich ver­tal­en in één derde inspan­nin­gen om meer inkom­sten te verkri­j­gen en twee derde inspan­nin­gen om uit­gaven te beperken. Een ver­scherpte focus op de kern­tak­en van de uni­ver­siteit, onder­wi­js, onder­zoek en dien­stver­len­ing, is hier­voor de lei­draad.

Geen formele reactie

Er kwam geen formele reac­tie op de betoging van 11 okto­ber, sym­bol­isch de laat­ste dag waarop hogesc­holen en uni­ver­siteit­en betaald kre­gen. Wel wordt er verwacht dat de belei­ds­mak­ers braaf naar stem­men uit het onder­wi­js hebben geluis­terd en er reken­ing mee houden wan­neer er na de verkiezin­gen in 2024 een nieuw regeer­akko­ord wordt ges­loten.

Boven­di­en waren er enkele extra mid­de­len voor het hoger onder­wi­js voorzien in de jaar­lijkse sep­tem­berverk­lar­ing van de min­is­ter-pres­i­dent Jan Jam­bon, al komen die niet tege­moet aan de inkom­sten die het hoger onder­wi­js zou hebben bij de cor­recte nalev­ing en toepass­ing van het bestaande financier­ings­de­creet. Enkele van de extra’s zijn: jaar­lijks 20 miljoen euro erbovenop voor de uni­ver­siteit­en, jaar­lijks 10 miljoen euro erbij voor de oplei­din­gen van art­sen en tan­dart­sen, jaar­lijks 15 miljoen euro extra voor de ver­sterk­ing van de ler­areno­plei­din­gen (waar­na iedereen toch bij een verzek­er­ings­maatschap­pij gaat werken) en jaar­lijks 6 miljoen extra voor de stu­den­ten­voorzienin­gen. In totaal komt er dus elk jaar nog 51 miljoen euro vrij voor de hogeron­der­wi­jsin­stellin­gen.