De ontwakende molen


Onbe­doeld draait mijn lichaam zich om. Door hal­fopen oogle­den sijpelt de zon naar bin­nen. Even­t­jes is het nog volledig stil ter­wi­jl mijn lichaam zich weer bewust wordt van de realiteit. Naarge­lang mijn oogle­den gel­er lijken te wor­den, begint te molen in mijn hoofd te draaien. “Tijd om op te staan?” Een eerste volledi­ge gedachte kan zich vor­men. “Nee, nog geen zin!” Ik draai…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/02/2021 – 22:29 door Bil­lie Thiessen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Onbe­doeld draait mijn lichaam zich om. Door hal­fopen oogle­den sijpelt de zon naar bin­nen. Even­t­jes is het nog volledig stil ter­wi­jl mijn lichaam zich weer bewust wordt van de realiteit. Naarge­lang mijn oogle­den gel­er lijken te wor­den, begint te molen in mijn hoofd te draaien. “Tijd om op te staan?”

Een eerste volledi­ge gedachte kan zich vor­men. “Nee, nog geen zin!” Ik draai me terug om, op zoek naar een nog donker hoek­je van het bed, maar het kwaad is geschied. Onder­tussen ont­waakt de ene na de andere gedacht­en. Opnieuw proberen slapen blijkt hopeloos. Ik draai mij op mijn rug. Traag en voorzichtig scheur ik mijn oogle­den open. In kleine stap­pen om ze te lat­en wen­nen aan de door­drin­gende zonnes­tralen. Wan­neer de dromen­vanger boven mij scherp in zicht is, wor­den de gedacht­en luider. Nu ik wakker ben, is het tijd om te begin­nen aan de dag. De gewoon­lijke vra­gen komen op de voor­grond: “Zijn er dead­lines waar van­daag reken­ing mee gehouden moet wor­den? Zijn er din­gen die van­daag echt moeten gebeuren?” Neen. Het is ‘vakantie’. Niets moet, alles mag.
 

Dat voelt niet hele­maal juist. Een onge­makke­lijk, samenkni­jpend gevoel kruipt omhoog van mijn buik naar mijn borstkas. “Dat kan niet dat er niets moet. Je bent waarschi­jn­lijk iets aan het ver­geten!” Daar is mijn goede vriend Paniek. Elke ocht­end groet die mij op dezelfde manier. Ik zeg goede vriend omdat ik eigen­lijk geen keuze heb. Hij zal er alti­jd zijn, elke ocht­end en avond, elk soci­aal even­e­ment of privé­mo­ment. Beter hem te omar­men dan te negeren. In mijn hoofd open ik mijn agen­da. Eerst om te kijken of het klopt dat er van­daag effec­tief niets instaat. Daar­na blad­er ik verder: een week, twee weken, soms een maand vooruit. Op dit moment is zo goed als alles leeg. De paar even­e­menten die het waard zijn om te noteren, vra­gen nu nog geen voor­berei­d­ing. Op deze manier probeer ik Paniek te kalmeren. Het lukt niet echt. Dat is wel vak­er het geval, maar proberen kan nooit kwaad.

Paniek begint te lachen. Onder­tussen herken ik zijn meth­o­d­en

Dan maar ade­men. Een grote zucht ontsnapt mijn lip­pen en even is de druk in mijn borstkas weg. Bij het inade­men is die terug, maar het was toch even een fijne ver­licht­ing. Ik geloof sterk in ademhal­ing­soe­fenin­gen. Ze hebben mij al door enorm moeil­ijke momenten geholpen, maar je kan geen hele dag op je ademhal­ing let­ten. Van­daag is zo’n dag. Het ademhalen geeft mijn lon­gen iets meer ruimte, maar de bak­steen ligt nog alti­jd op mijn borst. “Als er niets moet, wat gaan we dan doen van­daag? We kun­nen toch geen volledi­ge dag ver­spillen? Er moet iets gedaan wor­den!” De vra­gen wor­den luider en dwin­gen­der. Een eventuele oploss­ing komt naar boven: “Miss­chien kun­nen we iemand vra­gen om van­daag iets samen te doen?” Paniek begint te lachen. Met die ene kleine vraag heb ik hem te veel ani­mo gegeven om me verder in de drui­lerige gedacht­en spi­raal te duwen. Onder­tussen herken ik zijn meth­o­d­en. Zijn tox­is­che manieren om mij vast te houden en een dag aan mijn bed te kluis­teren. Dat is echter niet het plan van­daag. Er is nog één iets wat ik niet heb geprobeerd.
 

Ik sluit mijn ogen en stel me voor dat er in mijn hoofd een machine zit. Die zorgt ervoor dat er twee met­al­en plat­en mid­den tussen mijn gedacht­en naar bene­den komen en langza­am naar de buitenkan­ten van mijn hoofd begin­nen te bewe­gen. Ze duwen de gedacht­en uiteen en naar buiten, in een poging een leeg hoofd achter te lat­en. Deze oefen­ing pas ik al sinds mijn tien jaar toe. Van­daag helpt het. Met veel moeite verd­wi­j­nen de vra­gen uit mijn hoofd. “Ik ga gewoon een warme douche pakken.” Een lieve gedachte is de eerste terug. En ja, ik ga gewoon lang onder de warme stralen staan en daar­na zien we wel. Miss­chien vra­gen we iemand om te gaan wan­de­len. 
 

Weer­al wan­de­len. Veel meer mag er toch niet.