De ode aan mijn beste vriend


We hebben allemaal wel iets dat ons blij maakt wanneer we na een vermoeiende week op kot thuiskomen. Bij mij was dat mijn beste vriend. Die met vier poten, de liefste snoet, flapperende oren en een zachte gouden vacht.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/03/2023 – 10:03 door Ibe Braeck­man

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Mijn lieve gold­en retriev­er werd negen jaar gele­den ver­noemd naar Yoshi uit ‘Super Mario Bros.’. Een betere naam had­den we niet kun­nen bedenken; hij was inder­daad een klein, vrolijk draak­je. Zo ston­den zijn mond­hoek­jes alti­jd een beet­je omhoog, waar­door zijn con­stante glim­lach je telkens weer een dopamine­kick gaf. Het draak­je in hem durfde wel al eens een boter­ham of piz­za van tafel ste­len.

Ik dacht dat die naam alti­jd mijn eerste woord zou zijn bij het open­zwaaien van de voordeur. Die ‘alti­jd’ werd jam­mer genoeg ingeko­rt naar acht jaar en zeven maan­den. Veel te vroeg werd mijn beste vriend inges­lapen.

Yoshi maak­te van ons huis een warme thuis waar ik graag was. Het werd vooral een min­der een­zame plek. Zo lag hij alti­jd naast de piano wan­neer ik aan het oefe­nen was, om dan af en toe eens op te kijken wan­neer ik voor de tiende keer dezelfde maat speelde. Tij­dens het eten stond hij alti­jd klaar om mijn rest­jes, die ik natu­urlijk opzettelijk had overge­lat­en, op te eten. ’s Avonds keek hij graag mee tv. Op iets min­dere dagen zorgde hij ervoor dat ik energie had om op te staan. Niets verzette mijn gedacht­en beter dan samen met hem gaan lopen. Want Yoshi met zijn bli­je snoet kwis­pe­lend op en neer zien sprin­gen wan­neer ik zijn leiband tevoorschi­jn haalde, maak­te mijn dag al stukken beter. 

Yoshi maak­te van ons huis een warme thuis waar ik graag was

Gold­en retriev­ers staan erom bek­end betrouw­baar, vrien­delijk en intel­li­gent te zijn. Bij Yoshi kan dat lijst­je nog wat uit­ge­breid wor­den. Yoshi stond vooral gek­end voor zijn guilty plea­sure: kon­t­je krabben. Zijn kont was de plek waar hij het lief­st geaaid werd. Dus ging hij dan ook alti­jd met zijn kont naar jou gericht staan om aan te tonen dat hij een krabbeurt kon gebruiken. Iedereen die bij ons op bezoek kwam, kon zijn schat­tige kop­je niet weer­staan en begon dan maar te wrijven. Het was onmo­gelijk om er onderuit te komen, maar het toverde ook alti­jd een lach op ieders gezicht. Hij stond ook bek­end om zijn ver­slav­ing aan filet de Saxe – dat is varkensvlees – waar we dan soms zelf niets van aten. Om het lijst­je af te sluiten: hij had een vreemde voor­liefde voor het truc­je ‘dood’. Dat was, naast zit­ten, het enige truc­je dat hij goed beheer­ste. Je moest nog maar een snoep­je of een schel­let­je filet de Saxe in je hand nemen en hij lag al op zijn rug.

Lieve Yoshi, mijn beste vriend, thuiskomen van kot is niet meer zo leuk nu je er niet meer bent. Het voelt aan alsof je alle warmte die je ons huis gaf, hebt meegenomen. En soms gebeurt het nog wel eens dat ik je naam uit­spreek als ik die voordeur bin­nen­wan­del. Op zo’n moment wens ik alleen maar om jou nog één laat­ste knuffel te geven. Een­t­je die ik het lief­st nooit meer zou loslat­en.