De liegende reporter


Een hele dag spaghetti’s en broodjes afrekenen: saai, denk je? Vergeet het maar. Een exclusieve inkijk in het rijke interne leven van de kassadames van de Brug. Want wat denken ze nu echt wanneer ze ons met een stralende glimlach bedienen?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/05/2017 – 21:27 door Lieselot Le Comte

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Jonge­heer Mocassin is er ook weer, de lev­ende getu­ige­nis van de teloor­gang van de recht­en­fac­ul­teit. Te indo­lent om zelf zijn kost­je te koken. Zelfs het bakken van een ei is voor hem een even groot enig­ma als het laat­ste raad­sel van Fer­mat. En zo’n sujet moet dan mijn echtschei­d­ing rege­len? Ah, de tij­den zijn slecht. Kinderen gehoorza­men hun oud­ers niet meer en iedereen schri­jft een boek. “Mer­ci, de vol­gende.” Wat zal ik trouwens vanavond degus­teren? Oesters? Nee, die staan bek­end als afro­di­a­sicum, dat kan tot ver­keerde impressies lei­den. Coquilles Saint-Jacques? Ja, dat is een beter idee, met witte wijn­saus en die heer­lijke caber­net sauvi­gnon uit de Langue­doc-Rousil­lon. Alles is beter dan de walm van spaghet­ti en ver­lepte kroket­ten. “3,30 alsje­blieft.” Klassiek, maar ver­fi­jnd. En welke muziek? Per­gole­si miss­chien … Nee, geen vocale poly­fonie, dat is te riskant. Shostakovich? Waarschi­jn­lijk te moeil­ijk, we moeten nog kun­nen con­verseren.

“Nee, dat is maalti­jd­soep, die mogen niet in deze bek­ert­jes. Ik ga 2,40 moeten aan­reke­nen.” Alti­jd proberen ze het weer, alsof wij achter­lijk zijn. Waar was ik? Juist, de muziek. Brahms dan maar, met Brahms zit je alti­jd goed. En dan die nieuwe bun­del van Del­phine Lecompte op het dres­soir. Even lit­erair als Ver­helst, maar sub­tiel­er. De pro­fes­sor zal het wel opmerken. “Ja, als je je kaart niet bijhebt is het de volle pot.” Een date als ali­bi, ik had het slechter kun­nen bedenken. Nu nog wacht­en op het geschik­te slachtof­fer om het sys­teem in de war te sturen. Een nietsver­moe­dende Zuid-Kore­aan, die lat­en het pro­gram­ma wel vak­er stran­den. “De vol­gende.” Inloggegevens wis­sen en bug imple­menteren. Vanavond slaan we toe. De stem­ming wordt open­baar gemaakt. Het hele rec­toraat in rep en roer. De naak­te waarheid aan het licht. Alle IT-ers aan de knop­pen en nie­mand die nog aan­dacht besteedt aan de rest van de servers. Nunc Min­er­va, postea Palas Ate­nea! “Rita! De print­er is leeg, brengt gij ‘n rolleke?” Tegen de tijd dat ze hier­naast goed en wel bekomen zijn van de half­s­lachtige pogin­gen om hun post­je te red­den, zit ik naar de onder­gaande zon van George Town de staren, een mooie metafoor voor de onder­gang van de UGent. Benieuwd hoe Lenoir zich hieruit zal prat­en wan­neer de schatk­ist even inhoud­sloos is als de syl­labi van de Bland­i­jn. Pecu­nia non olet, in tegen­stelling tot de groezelige akko­ord­jes die hier in achterkamert­jes wor­den ges­meed. “Nee Rita, da ist ver­keerde, ’t zijn die grote dak moen èn.”  En dat alle­maal omdat die ene van de far­ma­cie een dop­ingsin­stu­ut wil mak­en en de andere zijn pen­sioen wil aandikken tot het for­maat van zijn nek. Maar vanavond is alles van mij. Een lev­en gevuld met Klein aan de muur en krab op het menu. Dat ze hun fri­eten steken waar de zon niet schi­jnt.