De kunst van onredelijkheid


Regering Jambon breekt de penselen van een bruisende cultuursector. Er wordt 17 miljoen euro bespaard op subsidies, waarvan 5 miljoen projectsubsidies zijn. De cultuursector is razend en wel hierom.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 11/11/2019 – 19:34 door Six­tine Bérard

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Kun­st kan een vorm van com­mu­ni­catie zijn, als andere com­mu­ni­catie niet lukt. Kun­st kan balse­men. Kun­st kan roepen. Kun­st kan een veilige haven zijn voor mensen die afwijken van bepaalde nor­men. Kun­st kan intrigeren. Kun­st kan paradigma’s weg­blazen. Kun­st kan ver­scho­nen. Kun­st kan schoonheid in vraag stellen. Kun­st is niet nut­teloos.

Om Adorno te citeren: “Kun­st is nut­tig door haar nut­teloosheid.” Vertrekkende uit een hyper­lib­erale defin­i­tie van ‘nut­tigheid’ kan je ook een streep trekken door duizen­den andere beroepen of bezighe­den. Bloemis­ten, his­tori­ci, schoe­nen­mak­ers, jour­nal­is­ten, noem maar op. Je kan een eeuwig rijt­je vor­men met beroepen die zow­el geest als schoonheid voe­den. Meer nog: het lijst­je loopt over van de beroepen die de mogelijkheid hebben om met een kri­tis­che blik com­men­taar te lev­eren op de maatschap­pij. Wat gebeurt er als je die mensen uit de vergelijk­ing haalt? Of erg­er: wat gebeurt er als je kun­st uit de vergelijk­ing haalt? Je moet al zeer ascetisch lev­en als je geen muziek beluis­tert, geen films bek­ijkt of leeft in een huis dat je hebt ingericht zon­der enige beeldende inspi­ratie van buite­naf.

Een onder­be­licht feit is dat kun­ste­naars graag creëren, maar het geen vri­jeti­jds­beste­d­ing is. Zij lev­en ervan. Boven­di­en kan je niet verwacht­en dat ze over­leven op werkvreugde. Kun­ste­naars ver­di­enen het even­zeer als boekhoud­ers of lab­o­ran­ten om betaald te wor­den. 

De regering gaf geen duidelijke argu­men­tatie waarom er zo fel wordt gesne­den in de sub­si­dies. Miss­chien omdat het bij­na onmo­gelijk is om goede argu­menten te for­muleren. De risico’s zijn er; een kun­st die zich nog meer moet plooien voor een mark­t­log­i­ca, is kun­st die zwi­jgt. Mak­ers die door socio-economis­che fac­toren min­der finan­ciële marge hebben, kri­j­gen het nog moeil­ijk­er. ‘De sterk­ste’ wordt weer­al de gepriv­i­legieerde (vaak witte, west­erse, welgestelde) arti­est. 

Je kan niet verwacht­en van kun­ste­naars dat ze over­leven op werkvreugde

Er wordt 60% min­der geïn­vesteerd in tijdelijke pro­ject­sub­si­dies. Dat is een finan­ciële ste­un die grosso modo de enige mogelijkheid is voor star­tende kun­ste­naars om onder­s­te­und te wor­den bij pro­jecten. Con­creet betekent het dat als per­soon A een voorstelling wil mak­en, die een sub­si­diedossier moet indi­enen. Als het wordt goedgekeurd, kan het project uit­ge­bouwd wor­den. Indi­en niet, moet er een andere oploss­ing gevon­den wor­den. Het zijn sub­si­dies die er bijvoor­beeld voor zor­gen dat het Vlaamse film­land­schap zich niet beperkt tot ‘F.C. De Kam­pi­oe­nen’ 1, 2, 3, 4 en 5. Jonge en/of meer exper­i­mentele kun­ste­naars kri­j­gen door dit bud­get een finan­cieel duwt­je in de rug om te innov­eren en te slalom­men op de baan der kun­sten.

Het is iro­nisch dat een regering die wil inzetten op ‘excel­len­tie’ ervoor zorgt dat er min­der adem­ruimte komt om innov­erende kun­st te mak­en, of kun­st die (op dit moment) iets min­der min­der makke­lijk ver­teer­baar is. Kun­st uit de 19e eeuw wordt nu geas­so­cieerd met impres­sion­isme of sym­bol­isme, en niet met de tra­di­tie van acad­emis­che schilderkun­st, die op dat moment main­stream was. Een regering die hamert op een ‘Vlaamse canon’ smi­jt hier­bij een bos in de wie­len van een sec­tor die de namen van mor­gen groot maakt. Beethoven had mece­nassen nodig. Ode an die Sub­si­dies, Jam­bon.

Zon­der arro­gant over te komen, sta ik ver­steld bij de denk­fout die de regering maakt. Al die zelfgekozen pro­tag­o­nis­ten van de ‘Vlaamse canon’ kre­gen hun plek omdat ze finan­cieel wer­den ges­te­und en een soci­aal vangnet had­den. Het liet hen toe gewaagde, vernieuwende keuzes te nemen. Ik wil mezelf wape­nen tegen de ‘ja-maar-we-moeten-besparen’. Dat er bespaard moet wor­den, is één ding. Maar dan had er intel­li­gen­ter moeten wor­den bespaard. In samen­spraak met de sec­tor, aan­voe­len welke spel­ers de besparin­gen heel­huids zouden over­leven. De manier waarop nu wordt bespaard is een ones­thetis­che mid­delvinger naar een bruisende én inter­na­tion­aal befaamde sec­tor.

De manier waarop nu wordt bespaard is een ones­thetis­che mid­delvinger naar een bruisende én inter­na­tion­aal befaamde sec­tor

Daarom eindig ik met een warm plei­dooi voor sol­i­dariteit bin­nen en buiten de cul­turele sec­tor. Het regent gevat­te kri­tiek en scherpe woor­den. Maar er zullen con­struc­tieve oplossin­gen komen, daar­voor is de sec­tor cre­atief genoeg (pun intend­ed). Het is met een reden dat de kun­st­geschiede­nis aan de poli­tieke con­text gekop­peld wordt. Kun­st ligt extreem dicht bij maatschap­pelijke ontwik­kelin­gen en uitdagin­gen. Hopelijk zal die ver­bon­den­heid zich ver­tal­en in de werk­ing van de cul­turele sec­tor, waar­bij andere sec­toren sol­idair maatschap­pelijk zijn.

Laat de groeiende inclu­siviteit bin­nen de sec­tor niet aange­tast wor­den door de sub­si­diehap en help elka­ar. Jan Jam­bon zal in de kun­sthis­torische boeken voorkomen als een cul­tu­ur­bar­baar. Maar uw vrien­den, ken­nis­sen, omgev­ing die nu volop creëren, die zijn alle ste­un waard.