De kerstboom in!


Kerst, Jezus is geboren! Joepie! Dat verhaal met Maria die ergens in een stal bevalt (classy) en dan die neger en die twee andere gasten die ook efkes afkomen omdat ze ergens een of andere ster zagen flikkeren. Spannende avonturen allemaal. Waarom vieren we dat juist met dennenbomen, slingers en ballen?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/12/2016 – 23:39 door Marthe Thys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De gezel­lige boom heeft hele­maal niets te mak­en met die gekruisigde baar­daap. Al lang voor de geboorte van Chris­tus wer­den er bomen ver­sierd en vereerd. Ver­schil­lende hei­dense volken gebruik­ten bomen om kwaad af te weren of om er kracht aan te ontle­nen. Kerstmisonline.nl vertelt me dat het gebruik al zo oud is dat er in Zwe­den rot­stekenin­gen bestaan dat men een boom mee­neemt op reis per schip, om zo een voor­spoedi­ge reis te garan­deren. Als bron ver­melden ze ‘het inter­net’. Aan­nemelijk.

Het gebruik van de boom vin­dt zijn oor­sprong bij de Ger­ma­nen, waar de spar het teken van de mid­win­ter­zon­newende was. De boom werd ver­licht en ver­sierd met geschenken. Die ston­den sym­bool voor nieuw lev­en en vrucht­baarheid. De groen­bli­jvende boom verte­gen­wo­ordigt de vernieuwing van het lev­en en de eeuwige hoop. Best voor de hand liggend eigen­lijk. Een boom die over­leeft ter­wi­jl al dat ander groen het voor een paar maand laat afweten, wat een held.

In de vijfde eeuw kwam de boom bij de Ger­ma­nen terug tij­dens mys­ter­iespe­len. Het mys­ter­iespel is een vorm van mid­deleeuws toneel. Het spel ontstond in de kerk als een vorm van aan­schouwelijk onder­wi­js, wegens anal­fa­betisme en van die din­gen. Geestelijken ver­beeld­den daar­bij een gebeurte­nis uit de Bij­bel via dialoog en beurtzang. Het NTGent is er niets tegen.

De chris­te­nen kon­den er anders lang niet mee lachen, een hei­dens sym­bool gelinkt aan het feest van de geboorte van ons Jezusken. In de negende eeuw ver­bood Karel de Grote het opzetten van een ker­st­boom en in de tiende eeuw deed paus Mar­t­i­nus II het­zelfde in Ital­ië. Bende par­ty poop­ers. Iedereen vond zo een boom met licht­jes anders wel vree tof en gezel­lig enzo. Het geneut van de Kerk bleek geen effect te hebben, dus deden ze maar alsof het alle­maal hun eigen idee was, die gezel­lige boom. Ze zev­eren dan maar wat over de ver­wantschap die de ker­st­boom ook heeft met de mid­deleeuwse katholieke paradi­js­boom (Boom des lev­ens). Die werd behangen met rode appels. Rood voor het bloed van Chris­tus. Het gebruik van de appel kun­nen jul­lie zelf wel linken aan Eva en staat dus voor de zonde. Die stomme trut ook, en stomme slang.

Amai, wat een span­nende his­to­rie. Ik vind die bomen alleszins tof. Allez, de licht­jes dan toch, en de cadeaus er onder. Die uit­val­lende naalden en dat ding dan daar­na terug uit uw huis kri­j­gen, dat is wat anders. Maar toch: Joepie, kerst.