De Gentse Boekentoren


Driewerf hoera! De Boekentoren is uit zijn jasje en het hondje zit op het dak! Schamper zat samen met de hoofdbibliothecaris Sylvia Van Peteghem om de meest recente (en de meer historische) nieuwtjes te weten te komen over onze Boekentoren.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/03/2019 – 15:20 Hen­ry van waar? door Ella RooseThomas De Paepe

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

In den beginne…

Het Batavi­a­beluik

De oor­spronke­lijke uni­ver­siteits­bib­lio­theek lag aan Sint-Jacobs, in het gebouw dat van­daag nieuw lev­en heeft gevon­den als The Holy Food Mar­ket. Eens de bib­lio­theek zijn prak­tisch nut ver­loor omdat de locatie te ver ver­wi­jderd was van de uni­ver­siteit zelf, ging men op zoek naar een nieuwe locatie. Het Batavi­a­beluik bij het Sint-Pieter­splein werd met de grond gelijk gemaakt, en op die site ver­rees de Boeken­toren naar de plan­nen van Hen­ry van de Velde. De Boeken­toren moest de vierde grote toren wor­den die de Gentse sky­line zou bepar­e­len, en was een ware breuk met de toen­ma­lige gebouwen in de omgev­ing. 

De Boeken­toren moest de vierde grote toren wor­den die de Gentse sky­line zou bepar­e­len

Tegen 1939 was de toren gro­ten­deels af. Tij­dens de bezetting in de Tweede Werel­door­log werd hij gebruikt als uitk­ijk­post, en stond er luchtafweergeschut. De toren onderg­ing in de vol­gende decen­nia ver­schil­lende fas­es van beton­rot. Een quick fix die vol­gde was het aan­bren­gen van een gele epoxy­laag. Jam­mer genoeg bleef de Boeken­toren ges­taag afbrokke­len. In de jaren net voor de restau­ratie zag de toren er maar zielig uit, zek­er als je vergelijkt met hoe hij er uitzag in zijn glo­ri­eti­jd. Alle kleine reparaties die vol­gden deden af aan de ini­tiële kwaliteit en esthetiek van het gebouw.

In de jaren vijftig en net voor de restau­ratie

Revival

In 2002 ver­scheen er een externe mece­nas op het toneel. Nadat hij zich ver­won­derd had over de schoonheid van het archi­tec­turaal meester­w­erk van van de Velde, kon André Singer het niet over zijn hart kri­j­gen de toren in die staat achter te lat­en. Hij zorgde ervoor dat er een schat­ting werd gemaakt van de exacte kost van de restau­ratie. Vanaf dat moment werd er gezocht naar financier­ing, want de pri­js werd geschat op 41 miljoen euro. De vroegere rec­tor André De Leen­heer maak­te het zijn laat­ste wapen­feit als rec­tor om de lening voor elka­ar te kri­j­gen. Sinds­di­en zit het archi­tecten­bu­reau Rob­brecht en Daem achter de restau­ratiew­erken. Zij waren blijk­baar de eni­gen die plan­nen had­den getek­end die in sym­biose waren met het werk en de visie van Hen­ry van de Velde. De andere pro­jectvoorstellen waren te invasief op de ini­tiële inten­ties van de archi­tect. Inter­es­sant om weten is dat de boeken uit de toren wer­den gehaald en wer­den onderge­bracht in een splin­ternieuw onder­gronds depot. Daar­voor was het nodig dat ze een volledig nieuwe kelder zouden creëren onder de bin­nen­tu­in. In een kluis in dat depot zit­ten ook de oud­ste geschriften en boeken die de UGent bez­it! Naast het ultra­mod­ern depot is er nog een andere noe­menswaardi­ge nieuwigheid: het hond­je boven op de rand van de top van de Boeken­toren. Dit hond­je is live geboet­seerd naar het mod­el van een echte hond. Toe­val wil dat dat hond­je op exact dezelfde plaat­sen vlekken had als het vroegere hond­je van de archi­tect Hen­ry van de Velde. De cirkel is rond!

Tij­dens de bezetting in de Tweede Werel­door­log werd hij gebruikt als uitk­ijk­post

Wilde toekomstplannen

De leesza­al

De Boeken­toren bestaat niet alleen uit de toren zelf. Errond vind je nog een paar andere aan­gren­zende gebouwen die erbij horen. Daar hoort onder andere een prachtige leesza­al bij die uitk­ijkt op een groot ter­ras met een luifel. Deze ruimte zou in de toekomst kun­nen dienen als een leescafé voor stu­den­ten. Andere prachtig ver­lichte zalen zouden opengesteld wor­den als lees- en studiezalen. Ook de belvedère, de ruimte in de top van de Boeken­toren, gaat een pub­lieke bestem­ming kri­j­gen met een eigen ingang en zal opengesteld wor­den voor bezoek en even­e­menten zoals doc­tor­aatsverdedigin­gen.

De Boeken­toren bestaat niet alleen uit de toren zelf.

Material Girl

De Boeken­toren is een mod­ernistisch gesamtkunst­werk, volledig gemaakt uit Bel­gis­che mate­ri­alen (met dank aan het pro­tec­tion­isme tij­dens de cri­sis in de jaren 30). Van de Velde ontwierp het gebouw en de meubels. De sokkel van de Boeken­toren is gemaakt van arduin, een blauwige Bel­gis­che steen die ook wel bek­end is van de dijken in menig kust­dorp. Daar­boven zie je voor­namelijk gewapend beton, dat was in die tijd een nieuw mate­ri­aal en het was lekker func­tion­eel: snel en sterk. Zijn strakke harde mod­ernisme aan de buitenkant com­bi­neerde hij met warmere houten meubels en zachte rub­beren of linoleum vlo­eren. De rub­beren vlo­er in de leesza­al is echter nooit uit­gevo­erd, omdat een naderende oor­log de invo­er van dit Con­golees mate­ri­aal bemoeil­ijk­te. Ter ver­vang­ing bracht men een vlo­er van Bel­gisch marmer aan. Marmer reflecteert veel meer gelu­id, wat nefast was voor de akoestiek. Het was een zaal waar je het waarschi­jn­lijk al hoorde wan­neer iemand een bladz­i­jde omdraaide. Het mooie aan de huidi­ge ren­o­vatie is dat het archi­tecten­bu­reau Robrecht en Daem reken­ing houdt met de oor­spronke­lijk bedoelde mate­ri­aalkeuze.

Wie was die beruchte archi­tect nu juist? Van de Velde was een invloedrijke Bel­gis­che archi­tect-meube­lon­twer­p­er rond de eeuwwis­sel­ing. Voor hij zich aan archi­tec­tu­ur waagde, schilderde hij pointil­lis­tis­che werken geïn­spireerd op Seu­rat en Van Gogh. Samen met Vic­tor Hor­ta was van de Velde eind 19de eeuw toon­aangevend bin­nen de art nou­veau of jugend­stil ‑insert zweepslagje.jpg. Dit is een sti­jl met vor­men geïn­spireerd op de natu­ur en mystiek met nog veel pre-eerste-werel­door­l­ogop­ti­misme. De Boeken­toren is echter een kind van het einde van het inter­bel­lum. Waar­den zoals orde, hygiëne en min­i­mal­isme waren toen hoger gewaardeerd bin­nen de nieuwe pop­u­laire archi­tec­tu­urstro­ming: mod­ernisme. Deze sti­jl ken je miss­chien van de stro­ming van Le Cor­busier met onder andere witte gevels en grote glas­par­ti­jen.