De Blandijn is niet rein


We gaan terug in de tijd. Gedurende de jaren 60 nam de faculteit Letteren en Wijsbegeerte haar intrek in het Blandijngebouw in Gent, een prachtig gebouw met spectaculaire witte marmeren muren.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 1/05/2022 – 21:23 door Nette De Schri­jver

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Daan Heyn­d­er­ickx

Wan­neer in 1933 besloten werd om een uni­ver­siteits­ge­bouw neer te poten op de top van de Bland­i­jn­berg, grepen ver­schil­lende archi­tecten gretig naar de oppor­tu­niteit om mee te werken aan het project. Na tal­loze mogelijke bouw­plan­nen voor het gebouw, dat ini­tieel de nieuwe thuis zou wor­den voor de insti­tuten far­ma­cie en dier­ge­neeskunde, gooide de uni­ver­siteit het echter over een andere boeg. Na de Tweede Werel­door­log werd er besloten om het gebouw de toekom­stige cam­pus van de fac­ul­teit Let­teren en Wijs­begeerte te mak­en − tot grote schrik van de Bel­gis­che archi­tect Eugène Delat­te.

Stu­den­ten far­ma­cie en dier­ge­neeskunde hebben hun lev­en onder con­t­role

Zijn hernieuwde plan­nen voor de toekom­stige cam­pus Bland­i­jn kwa­men oog in oog te staan met een onver­mi­jdelijke ramp: de vervuilende rook die sigaret­ten met zich mee­bren­gen. De muren van de cam­pus, die er al half ston­den, wer­den gemaakt van oogverblind­ende, witte Toscaanse marmer uit Car­rara. Marmer dat bedoeld was voor de stu­den­ten far­ma­cie en dier­ge­neeskunde. Het soort stu­den­ten dat het lev­en onder con­t­role heeft en effec­tief een voedza­am ont­bi­jt nut­tigt in plaats van slappe koffie te drinken en een sigaret te roken.

De trap­pen van de Bland­i­jn, ook wel ‘de tra­bla’ genoemd, zijn al veel langer dan van­daag de ide­ale uit­vals­ba­sis voor lezin­gen en betogin­gen. En de menigte die deze even­e­menten aantrekt is meestal toch wat alter­natiev­er dan de rest van de Gentse stu­den­ten­bevolk­ing. Helaas wordt alter­natief-zijn wel vak­er onbe­wust en ongewild gekop­peld aan roken (zelfgerolde sigaret­ten natu­urlijk). Daar de hangjon­geren op de tra­bla bezig waren met aller­lei diepe gedacht­en en hevige dis­cussies, merk­te er nie­mand op dat de majestueuze marmeren muren langza­am zijn glans en smet­teloos witte kleur ver­loren. Nie­mand had oog voor de welover­wogen archi­tec­tu­ur en kost­bare mate­ri­alen aangezien er zo veel was om over te pro­test­eren en te kibbe­len.

Oud-con­ciërge Joseph Ver­meulen getu­igt: “Toen ik merk­te dat de muren er anders begonnen uitzien, had ik niet meteen door wat er aan de hand was. Ik draag ook een bril en ben licht kleuren­blind, dus het duurde wel een tijd­je voor ik doorhad dat de muren niet meer zo wit waren als voorheen. Ik probeerde er alles aan te doen om de bru­inzwarte schi­jn eraf te kri­j­gen, maar niets leek te werken. Tot bloe­dens toe heb ik liggen schuren, schrobben en poet­sen, maar tev­ergeefs.” Joseph voelt zich tot op heden nog steeds schuldig dat hij niet tijdig heeft kun­nen ingri­jpen. “Ik heb het gevoel gefaald te hebben als con­ciërge. Ik ben nooit een fam­i­lie begonnen omdat de Bland­i­jn mijn thuis was. Het was mijn ver­ant­wo­ordelijkheid om van alles op de hoogte te zijn en het is me niet gelukt.” Joseph Ver­meulen kampt nu met een dwangstoor­nis. Hij wordt panisch bij de gedachte aan vuile vlekken op zijn witte muren, waar­door hij in een con­stante staat van angst leeft en alles er alti­jd spik en span moet uitzien.

Nu, zes­tig jaar lat­er, is de UGent er ein­delijk in ges­laagd genoeg geld in te zame­len voor een aller­laat­ste gigan­tis­che red­dings­ac­tie om de muren terug in hun oude glo­rie te doen her­ri­jzen.