De barmhartige nationalist


Nadat hij klaar was met het verorberen van zijn scholfilet gepaneerd (3,80) en zijn piccolo (0,60) nam hij het woord en onderrichtte hij de studenten.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/05/2018 – 15:09 door Pieter­jan Schep­en­sHen­drik Tael­man

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

“In die dagen zak­te een Comac’er, die met vier krat­ten Cara op weg was van de Spar naar zijn kot, overver­moeid neer op de trap­pen van de Bland­i­jn, en bleef daar als dood liggen. Per toe­val kwam er net een lid van de Actief Linkse Stu­den­ten langs; hij zag hem wel, maar liep in een boog om hem heen. Zo deed ook een jong­so­cial­ist; hij kwam daar­langs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Toen kwam een KVHV’er, die de Blauwvoet aan het zin­gen was; hij zag hem en kreeg medeli­j­den; hij trad om hem toe, opende een blik van de lauwe Cara en hield die onder de neus van de Comac’er; daar­na tilde hij hem op zijn eigen schoud­ers en droeg hem naar het OCMW-kan­toor, waar hij de Vlaem­sche Leeuw zin­gend een rij trans­mi­granten voor­bi­js­tak en aan de recep­tion­iste zei: ‘Zorg goed voor hem, want na zijn eerste loon­brief is hij een van ons.’

Zo zat­en drie stu­den­ten teza­men, om een groep­swerk te mak­en. De groepsver­ant­wo­ordelijke sprak: ‘Voor­waar, ik heb reeds vele opzoekin­gen ver­richt’; de tweede stu­dent sprak: ‘Ziehi­er de vijftig artikels waar­voor ik mijn slaap gelat­en heb’; de derde stu­dent sprak: ‘Mijn hoeveel­heid andere tak­en is legioen, ik zal op het einde kijken.’ Daarop trok de derde stu­dent naar de Over­poort, waar hij zijn lev­en ver­braste met slechte vrouwen, en dit vele malen in de vol­gende weken. Toen nader­den de exa­m­ens, en een hevige angst overviel hem. Hij sprak tot zichzelf: ‘Ik zal naar de groepsver­ant­wo­ordelijke gaan en hem zeggen: Ismaēl, zet mijn naam op het werk, ik zal de opmaak ver­zor­gen, want anders kan ik niet dan buizen.’ De groepsver­ant­wo­ordelijke was vol vreugde en zei­de: ‘Ik zal de opmaak zelf doen, en uw naam zal zek­er op het groep­swerk komen.’ Toen kwam de tweede stu­dent; hij sprak ver­bol­gen tot de groepsver­ant­wo­ordelijke: ‘Ik heb al vier weken voor niets dan het groep­swerk geleefd, en nu komt die niet­deug die naar bier riekt van ons werk geni­eten.’ De ver­ant­wo­ordelijke sprak tot hem: ‘Ziet gij dan niet dat ik niet veel vrien­den heb, en dat dit mijn kans is om er nieuwe te mak­en.’

In die dagen deelde een stu­dent noti­ties van het eerste semes­ter met drie vrien­den. Grote vreugde heer­ste onder de vrien­den toen ze met die noti­ties een suc­cesvol exa­m­en afleg­den. Toen liep het tweede semes­ter op zijn einde; de eerste van de drie vrien­den kwam naar de stu­dent en sprak: ‘Gij hebt mij vorig semes­ter noti­ties gegeven, ik geef u mijn volledi­ge noti­ties voor vier vakken.’ De stu­dent zei­de: ‘Gij zult van mij nog vele noti­ties ont­van­gen’; de tweede van de drie vrien­den kwam naar de Stu­dent en sprak: ‘Gij hebt mij vorig semes­ter noti­ties gegeven, ik geef u mijn volledi­ge noti­ties voor twee vakken.’ De stu­dent zei­de: ‘Gij zult van mij nog vele noti­ties ont­van­gen.’ Toen kwam de derde van de drie vrien­den naar de stu­dent en sprak: ‘Gij hebt mij vorig semes­ter noti­ties gegeven, ik geef u uw oude noti­ties terug, want ik weet dat gij noti­ties van vele mensen kri­jgt.’ De Stu­dent sprak: ‘Waar­lijk gij zijt een slechte vriend, gij zult van mij nooit meer noti­ties ont­van­gen. Buizen zult gij doen en er zal geween en tandengek­nars zijn.’ ”

Aldus ging het onder­richt. Hij keek rond en zag dat goed was, dat het God was.