Column


Suzanne “Eén natie, één vlag, één moed­er­land, één staat!,” bul­dert pres­i­dent Erdoğan in een speech, na de over­win­ning van het ref­er­en­dum afgelopen zondag 16 april, naar de menigte toe. De menigte roept hem na: “één natie, één vlag, één moed­er­land, één staat!” Ter­wi­jl ik naar deze beelden kijk komt de zin com­pleet hal­lu­ci­nant over. Na…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/04/2017 – 1:38 door Suzanne Grootveld

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Suzanne

“Eén natie, één vlag, één moed­er­land, één staat!,” bul­dert pres­i­dent Erdoğan in een speech, na de over­win­ning van het ref­er­en­dum afgelopen zondag 16 april, naar de menigte toe. De menigte roept hem na: “één natie, één vlag, één moed­er­land, één staat!” Ter­wi­jl ik naar deze beelden kijk komt de zin com­pleet hal­lu­ci­nant over. Na de uitkomst van het ref­er­en­dum lijkt Turk­i­je verdeelder dan ooit. Met een lut­tele over­win­ning van net iets meer dan één pro­cent heeft Erdoğan een enorme hoeveel­heid macht erbij gekre­gen. In een klap is Turk­i­je ver­scheurd.

Om dan te spreken over ‘één natie’, ter­wi­jl de helft van de bevolk­ing niet achter je staat, ik kri­jg er de slappe hik-lach van. Toch ver­gaat het lachen me snel. Het tweede deel van het betoog neemt een grim­mige wend­ing aan. “We hebben nog veel te doen in het land,” gaat de pres­i­dent verder. “Het eerste wat we gaan doen…” De zin hoeft niet afge­maakt te wor­den of het pub­liek barst in juichen uit en begint te roepen: “Doo­d­straf! Doo­d­straf! Doo­d­straf!” De toon is gezet.

“Grote delen van Ana­tolië zien Erdo­gan als held en bescher­mer”

Een van de rede­nen die aan de basis ligt van een groot ver­schil in stemge­drag bin­nen Turk­i­je is te vin­den in het onder­scheid tussen stad en plat­te­land, tussen seculi­er en gelovig. Het mod­erne Turk­i­je – gevor­md door Atatürk – kan teruggevon­den wor­den in ste­den als Istan­bul, Izmir en Ankara. Hier heeft het tegenkamp de over­hand gekre­gen. Aan de andere kant, het Turk­i­je van Erdoğan. Grote delen van Ana­tolië zien Erdoğan als held en bescher­mer. Hij staat voor het geloof en voor een sterke economie. Onder zijn bestu­ur zijn de strat­en in het dorp ver­be­terd, kun­nen de kinderen naar school en de zieken naar een zieken­huis. Onder zijn bewind groeit er terug een sterk Ottomaans rijk uit de assen van een Turk­i­je dat voor Erdoğan op zijn gat lag.

“Pop­ulis­tis­che lei­ders werken als een warme deken met een kop choco”

Als daaren­boven een van de eerste reac­ties vanu­it Bel­gië op het ref­er­en­dum is dat Hen­drik Bogaert (CD&V) en Theo Franck­en (N‑VA) staan voor de afschaffing van een dubbele nation­aliteit, begin ik de “ja”-stemmers iets meer te begri­jpen. Ik lig – als half Turkse – wakker van een dic­tatu­ur onder Erdoğan, maar van mijn Turkse iden­titeit bli­jven ze af. Het zijn pre­cies deze blanke west­erse man­nen (en vrouwen) die ervoor zor­gen dat de Turken scheef naar de west­erse ide­alen kijken. De Turken in Bel­gië willen allang niet meer inte­gr­eren, ze hebben al een thuis, drieduizend kilo­me­ter verderop.

Door de mensen die stem­men vóór de over­win­ning van een Erdoğan, een Trump, wie weet een Le Pen, als onwe­tend te bestem­pe­len in de media komen we er niet. Pop­ulis­tis­che lei­ders werken als een warme deken met een kop choco. Ze vertellen een sprook­je van hoe het zou kun­nen zijn. Het doet de mensen geloven in een beter bestaan.

Als we proberen te begri­jpen waarom dit soort fig­uren steeds meer aan de macht komen, kun­nen gelijkaardi­ge ref­er­en­da in de toekomst miss­chien wél tegen­houden wor­den. Voor Turk­i­je is het afwacht­en tot 2029 (of zelfs 2034 met een juridisch achter­poort­je) tot dic­ta­tor Erdoğan zijn ter­mi­jn erop zit, voor Europa is het hopelijk nog niet te laat.