Cofnas-criticus Dr. Beck: “UGent moet eigen deontologische code naleven”


De aanstelling van Nathan Cofnas beroert doorheen de hele UGent de gemoederen. Wetenschapsfilosoof Pieter Beck (UGent) is één van de voornaamste en luidste critici van de Amerikaanse "rassenrealist" en noemt zichzelf "Cofnasoloog" een term van professor Freddy Mortier, vanwege zijn kennis van het oeuvre van Cofnas.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/04/2026 – 11:09 door Ege Tok­man­Matthias Dial­lo

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Wat zijn de rede­nen achter het verzet tegen de aanstelling van dr. Cof­nas?

“Onze eerste en groot­ste kri­tiek is dat Nathan Cof­nas uit­sprak­en heeft gedaan die voor ons duidelijk een schend­ing zijn van de deon­tol­o­gis­che code van de UGent. 

De deon­tol­o­gis­che code van de UGent stelt heel duidelijk dat vri­jheid van mening­suit­ing niet onbeperkt is. Ze stelt onder andere: ‘Je ver­sprei­dt geen denkbeelden over de supe­ri­or­iteit van een ras of rassen­haat’ en ‘Je zet niet aan tot dis­crim­i­natie, haat, geweld of seg­re­gatie tegen anderen’. Het lijkt ons heel duidelijk dat Cof­nas op zijn eigen blog­posts, maar ook elders, expli­ci­et ideeën ver­sprei­dt over de infe­ri­or­iteit van ‘zwarte mensen’, niet alleen op vlak van IQ, maar bijvoor­beeld ook op vlak van ver­meende ‘erfe­lijke’ neigin­gen tot crim­i­neel gedrag. Ook zijn er pas­sages waarin hij expli­ci­et oproept tot rassenseg­re­gatie.

Cof­nas zegt bijvoor­beeld: ‘Those who tru­ly val­ue diver­si­ty should favor the preser­va­tion of racial dis­tinc­tions. There must be some bar­ri­ers set up between races in order for each one to express its own unique genius.’  Dat alleen al lijkt ons een defin­i­tieve schend­ing van de deon­tol­o­gis­che code. Zek­er wan­neer je het in com­bi­natie leest met een zin als: ‘Leg­is­la­tors should take into con­sid­er­a­tion how their poli­cies will influ­ence the racial make­up of soci­ety, and what effects this is like­ly to have.’ ”

Heeft het rec­toraat al gereageerd op jul­lie open brief? 

“Daar wacht­en wij nog steeds op. De open mail die we naar de rec­tor ges­tu­urd hebben was gefor­muleerd als vol­gt: wij stellen vast dat deze con­crete uit­sprak­en van Nathan Cof­nas voor ons heel duidelijk schendin­gen zijn van de deon­tol­o­gis­che code. Het rec­toraat had als reac­tie op het eerste artikel in Apache een state­ment gecom­mu­niceerd waarin in algemene ter­men staat dat ze alles hebben gecon­troleerd en ze geen schend­ing van de deon­tol­o­gis­che code hebben vast­gesteld. Onze vraag aan het rec­toraat is om heel con­creet uit te leggen waarom de spec­i­fieke uit­sprak­en die wij voor­leggen vol­gens hen geen schendin­gen zijn van de deon­tol­o­gis­che code. Wat dat betre­ft wacht­en we nog steeds op een con­creet antwo­ord.”

Welke respons verwacht­en jul­lie verder van het rec­toraat?

“Het enige wat wij vra­gen is dat het regle­ment van de UGent toegepast wordt. Dus daar denk ik dat we zullen moeten zien wat dan de geijk­te pro­ce­dures zijn om stap­pen te onderne­men wan­neer die deon­tol­o­gis­che code overtre­den wordt. Daar ga ik zelf geen uit­sprak­en over doen omdat ik die tucht­pro­ce­dures niet goed genoeg ken om te weten wat daarop zou moeten vol­gen.”

Var­si­ty berichtte dat er wel een afspraak zou gemaakt zijn met de rec­tor.

“Ja, dat ver­baast mij ook. Ik kan alleen maar zeggen dat wij als vak­groep nog geen offi­ciële com­mu­ni­catie van de rec­tor hebben gekre­gen. (Een afspraak werd na dit inter­view gep­land voor een gesprek met de rec­tor en de vice-rec­tor op 17 april, red.) Dus als dat de claim is dat er een con­crete afspraak is gep­land, dan kan ik enkel zeggen: sor­ry, maar die claim klopt niet.”

Het rec­toraat zelf stelde dat zij over de aan­werv­ing van Cof­nas geen inspraak had­den. Hoe ver­liep zijn aan­werv­ing pre­cies en had het rec­toraat daar effec­tief niets over te zeggen?

“Het argu­ment vanu­it het rec­toraat is dat in dit con­crete geval, gegeven het soort job dat Nathan Cof­nas kri­jgt, de per­soon die hem aan­werft, namelijk Bouke De Vries (pro­fes­sor ethiek en poli­tieke filosofie, red.), heel veel vri­jheid heeft om te kiezen wie hij aan­neemt. Dat argu­ment is denk ik cor­rect. Daar heeft de uni­ver­siteit in principe eigen­lijk weinig over te zeggen. Bij andere soorten aan­werv­ing is er wel meer externe con­t­role, maar die gebeurt dan op het niveau van de vak­groepraad en de fac­ul­teit­sraad.  

Bouke De Vries is een nieuwe prof. Als nieuwe prof kri­jg je een zoge­naamd startkredi­et van de uni­ver­siteit. Dat is eigen­lijk een pot­je geld dat je cadeau kri­jgt van de uni­ver­siteit. Het idee is dat nieuwe prof­fen dit geld kun­nen gebruiken om een soort eigen onder­zoek­stra­di­tie te starten of een eigen onder­zoek­sli­jn op te zetten.

Onze vraag aan het rec­toraat is om heel con­creet uit te leggen waarom de spec­i­fieke uit­sprak­en die wij voor­leggen vol­gens hen geen schendin­gen zijn van de deon­tol­o­gis­che code

Bouke De Vries heeft dat geld gebruikt om een onder­zoek­spro­ject te begin­nen dat over Liberalism’s Fer­til­i­ty Prob­lem gaat. In het  kad­er van dat project werd Nathan Cof­nas aangenomen. Omdat hij op dat project is aange­wor­ven via het startkredi­et van De Vries, is de aan­werv­ing niet via de vak­groepraad gepasseerd. Bij andere soorten func­ties, bijvoor­beeld de aan­werv­ing van een doc­tor-assis­tent, wordt er een hele andere pro­ce­dure gevol­gd met meer regels en mech­a­nis­men. Er wordt dan bijvoor­beeld een onafhanke­lijke selec­tiecom­missie samengesteld om externe con­t­role te garan­deren. Bij aan­wervin­gen op basis van het startkredi­et van een prof ligt de ver­ant­wo­ordelijkheid volledig bij de pro­fes­sor zelf. Die moet gewoon een kort ver­slag­je geven en bij wijze van spreken op ere­wo­ord garan­deren dat hij/zij/die naar eer en geweten de beste kan­di­daat heeft gekozen en daar­bij niet een per­soon­lijke voorkeur of band met de kan­di­daat heeft lat­en door­we­gen.

Om kort samen te vat­ten: omdat Cof­nas aangenomen werd op het startkredi­et van Bouke De Vries, moest de aan­werv­ing niet passeren via de vak­groepraad. Om die reden wis­ten wij als vak­groe­ple­den ook niet dat Nathan Cof­nas aangenomen was door Bouke De Vries en moesten we dit via Apache verne­men.”

Moet er niet meer in de richt­ing van De Vries gekeken wor­den?

“Het con­trast tussen iemand als Nathan Cof­nas en Bouke De Vries is op een bepaalde manier wel inter­es­sant. Nathan Cof­nas baseert zijn racis­tis­che uit­sprak­en duidelijk op het werk van pseudoweten­schap­pers, maar hij gaat heel voorzichtig zijn om dat expli­ci­et te mak­en.

Ter­wi­jl, bij Bouke De Vries is het wel veel duidelijk­er dat hij heel expli­ci­et aller­lei pseudoweten­schap­pelijke rassen­the­o­rieën citeert, of mensen die dergelijke pseudoweten­schap­pelijke racis­tis­che the­o­rieën ontwikke­len en ver­sprei­den. Hij heeft daar twee artikels over. Hij is ook naar een geheime con­fer­en­tie gegaan van dergelijke ‘rassen­weten­schap­pers’. Maar voor zover ik weet heeft prof. De Vries niet zoals Cof­nas uit­sprak­en gedaan die de deon­tol­o­gis­che code duidelijk over­schri­j­den.”

Het project waar­bij Nathan Cof­nas is aangenomen gaat over lib­erale maatschap­pi­jen en illib­erale waar­den. Is dat project zelf ook een pijn­punt? 

“Het project vertrekt van de vast­stelling dat ver­schil­lende streng religieuze groepen een hoger geboorte­ci­jfer hebben. Als voor­beeld wordt er ver­wezen naar ortho­doxe joden, strenge chris­te­nen en ortho­doxe moslims. Op ter­mi­jn, zo gaat de pro­ject­tekst verder, zullen die mensen dus met meer zijn dan de ‘mensen met lib­erale opvat­tin­gen’. De onder­zoeksvraag is dan: Zijn er moreel aanvaardbare/noodzakelijke manieren om ervoor te zor­gen dat er vol­doende lib­er­aal­gezinde mensen overbli­jven om lib­erale instellin­gen in stand te houden, ervan uit­gaande, zoals de soci­oloog Chris­t­ian Jopp­ke het botweg stelt, dat ‘je geen lib­erale staat in stand kunt houden die tot aan het pla­fond gevuld is met anti-lib­erale mensen’?

Cof­nas doet ook zelf geen onder­zoek naar ras en IQ, maar baseert zich op de pseudoweten­schap van anderen

De pro­ject­tekst is voorzichtig en in algemene ter­men omschreven. Ik denk dat het in abstrac­to mogelijk is om een wel­wil­lende lez­ing te geven van het onder­zoek­spro­ject: het is con­tro­ver­sieel en mogelijks prob­lema­tisch, maar in de onder­zoek­stekst zelf wordt er aangegeven dat het een ‘begri­jpelijk­er­wi­js gevoelige vraag’ is. Die wel­wil­lende lez­ing wordt wel moeil­ijk­er wan­neer je naar de bredere con­text kijkt. Het project is uit­geschreven door iemand die naar geheime con­fer­en­ties gaat van ‘rassen­weten­schap­pers’, die artikels schri­jft waarin hij pseudoweten­schap­pelijke claims over het ‘lage IQ’ van vluchtelin­gen verdedigt, en die iemand aan­neemt op het project die let­ter­lijk zegt dat belei­ds­mak­ers moeten let­ten op ‘de raciale samen­stelling van de samen­lev­ing.’ ”

Moeten er vol­gens u dan beperkin­gen zijn op de acad­emis­che vri­jheid? 

“Ik roep niet op tot verdere beperkin­gen van de acad­emis­che vri­jheid, ik stel louter vast dat die beperkin­gen er al zijn. De deon­tol­o­gis­che code for­muleert het expli­ci­et als: ‘vri­jheid van mening­suit­ing is niet onbe­grensd, je zet niet aan tot dis­crim­i­natie, … ’

Er is natu­urlijk een onder­scheid tussen vri­jheid van mening­suit­ing en acad­emis­che vri­jheid. Wat dat onder­scheid net inhoudt is zelf het onder­w­erp van veel debat­ten. Tij­dens haar lez­ing in onze lezin­gen­reeks over euge­net­i­ca betoogde prof. Rebec­ca Sear bijvoor­beeld dat op bepaalde vlakken acad­emis­che vri­jheid meer ingeperkt is dan vri­jheid van mening­suit­ing. Het staat iedereen vrij om open­baar te verkondi­gen dat de Aarde plat is. Vri­jheid van mening­suit­ing garan­deert dat per­so­n­en daar niet voor gesanc­tion­eerd wor­den. Maar zij pleit ervoor om vri­jheid van mening­suit­ing niet te ver­war­ren met acad­emis­che vri­jheid. Acad­emis­che vri­jheid is niet de vri­jheid om een­der wat te zeggen. Het feit dat een vak­groep geolo­gie iemand niet wilt aan­nemen die zegt dat de Aarde plat is, is geen prob­lema­tis­che inperk­ing van de acad­emis­che vri­jheid. 

Het is op dit punt dat het feit dat Cof­nas zijn uit­sprak­en baseert op pseudoweten­schap belan­grijk wordt. Het is juridisch com­plex, maar kort gezegd: de wet beschermt weten­schap­pelijke uit­sprak­en extra, maar maakt een uit­zon­der­ing voor pseudoweten­schap­pelijke uit­sprak­en. Weten­schap­pelijke uit­sprak­en die zouden gelezen kun­nen wor­den als racis­tis­che uit­sprak­en, wor­den door de wet bescher­md. Je zou dit kun­nen zien als een juridis­che inbed­ding van de bescherming van acad­emis­che vri­jheid. De deon­tol­o­gis­che code van de UGent vol­gt de wet­gev­ing, dus ook de code ziet dergelijke weten­schap­pelijke uit­sprak­en niet als schendin­gen van de code. Maar Cof­nas deed zijn bew­erin­gen in een blog­post op zijn per­soon­lijke web­site en kan ze enkel onder­s­te­unen door te ver­wi­jzen naar het werk van pseudoweten­schap­pers. Hij doet ook zelf geen onder­zoek naar ras en IQ, maar baseert zich op de pseudoweten­schap van anderen.”

Maar er is wel een hele grote garde die pleit dat er geen beperkin­gen mogen zijn. Dat die codes dan niet oké zijn. Zoals een Maarten Boudry, zoals Steven Pinker.

“Wel, ik stel vast dat Maarten Boudry expli­ci­et gezegd heeft dat hij het goed vond dat Har­ry Pet­tit niet aangenomen werd aan de VUB wegens diens prob­lema­tis­che posts op X. Dus er zijn ook vol­gens Maarten blijk­baar bepaalde beperkin­gen. Je kan je in het debat dan niet meer beroepen op een absolu­ut principe van acad­emis­che vri­jheid om Cof­nas te verdedi­gen. Je moet dan uit­leggen waarom je vin­dt dat er bij Pet­tit wel en bij Cof­nas geen grens over­schre­den werd. Maarten heeft al de helft van het werk gedaan: hij zegt dat Pet­tit oproept tot geweld en dat dat voor hem de grens is. Maar dan bli­jft nog de vraag waarom er vol­gens hem bij Cof­nas geen grens over­schre­den werd. Is het omdat Cof­nas’ uit­sprak­en vol­gens Maarten niet racis­tisch zijn? Of omdat racisme vol­gens Maarten geen rode lijn is?”

Is zo’n principe van absolute acad­emis­che vri­jheid welkom in de acad­emis­che wereld?

“Uit­er­aard, als mensen die mening hebben, dan hebben ze natu­urlijk alle recht om die mening te verkondi­gen en verdedi­gen. Er is niets in de deon­tol­o­gis­che code dat zegt dat het ver­bo­den is om tegen de deon­tol­o­gis­che code te zijn, anders komen we nogal snel op een hel­lend vlak natu­urlijk. Ik denk dat het verdedi­gen van absolute acad­emis­che vri­jheid op zich een legi­t­ieme en coher­ente posi­tie kan zijn, ook al ben ik het er niet mee eens. Maar zoals gezegd zie ik weinig mensen in de prak­tijk con­se­quent zo’n absolute inter­pre­tatie van acad­emis­che vri­jheid verdedi­gen, op een aan­tal uit­zon­derin­gen na.” 

Het stand­punt van de UGent komt natu­urlijk ook een beet­je overeen met uw stand­punt, in de zin dat ze zeggen dat het een moeil­ijk onder­w­erp is, maar dat de juiste pro­ce­dures zijn gevol­gd. Als er dan nog meningsver­schillen zijn, zou er plaats moeten zijn voor debat over die meningsver­schillen.

Ik denk dat daar het ver­schil tussen de huidi­ge UGent-posi­tie en mijn opinie is dat ikzelf denk (en veel mensen met mij denken): ‘Sor­ry, maar als Nathan Cof­nas niet gezien wordt als iemand die racis­tis­che uit­sprak­en doet, wat is dan wel nog een racis­tis­che uit­spraak?’ Of anders gezegd: als dit niet gezien wordt als een schend­ing van de deon­tol­o­gis­che code, dan kun­nen we inder­daad net zo goed de deon­tol­o­gis­che code in de vuil­bak gooien.”