Chico Freeman – Brad Mehldau – Hudson


Terwijl dat eerst wijntje zich nestelde in ons lichtelijk oververhitte hoofd, vleiden we ons neer onder de vleugels van de jazztempel. De tent op de Bijlokesite is een akoestisch pareltje naar festivalnormen en dat was nodig om de hardcore jazzfanaten te bekoren op een donderdagavond die volledig bezet werd door grote namen uit de scene.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 7/07/2018 – 21:29 door Lieselot Le Com­te­O­livi­er Van­der Bauwede

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Lohiers – Postma – Gerstmans trio

Lori­ers Post­ma Ger­st­mans

De sfeer was meteen gezet toen deze drie ras­muzikan­ten uit de lage lan­den het hoofd­podi­um mocht­en ope­nen. Naast een prachtige ver­sie van ‘Luiza’ van Anto­nio Car­los Jobim, waren het vooral eigen com­posi­ties die indruk maak­ten. Pianiste Nathalie Lohiers kwam niet alti­jd over­tu­igend over tij­dens haar bindtek­sten, maar kon haar ver­haal volledig kwi­jt in haar lyrische muzikaliteit, zoals in het door Tris­tano beïn­vloede num­mer ‘Every­thing we need’. Inder­daad, met zo’n swin­gend trio had ze niet eens een drum­mer nodig.

 

Brad Mehldau trio

Brad Mehldau

Bij een stilis­tis­che duizend­poot als Brad Mehldau is het alti­jd afwacht­en wat, en hoe hij zal spe­len. Hoewel de vir­tuoze pianist vorig jaar een matige indruk had nage­lat­en toen hij met John Scofield op Gent Jazz speelde, wordt hij hier vooral herin­nerd om zijn meester­lijke per­for­mance in 2009. Met dezelfde for­matie (Jeff Bal­lard op drums, Lar­ry Grenadier op bas) kwam hij vanavond een ver­volg bren­gen op dat suc­cesver­haal, dat hij vloeiend inlei­d­de met bindtek­sten in het Ned­er­lands. Is er iets dat deze man niet kan? De set begon rustig met eigen werk, en bouwde op met enkele stan­dards, zoals het vluchtige ‘Long Ago And Far Away’ of de bal­lad ‘I Fall In Love Too Eas­i­ly’, om met het bis­num­mer ‘Ten­der­ly’ te eindi­gen. Trip­py en relaxed, maar op geen enkel moment voelden we de neig­ing om stiekem even de tijd te check­en. Dat we wel eens afgeleid wer­den door het hangende bier­buik­je dat zicht­baar werd bij het buigen voor de piano, was slechts een herin­ner­ing dat deze god toch ook een mens is.

Is er iets dat Brad Mehldau niet kan?
 

Chico Freeman Plus+Tet

Chico Free­man

Hoogtepunt van de avond kwam voor som­mi­gen uit onverwachte hoek. Chico Free­man zegt u miss­chien weinig, maar deze 68-jarige tenor­sax­o­fon­ist speelde onder meer met Dizzy Gille­spie, Sun Ra en McCoy Tyn­er. We kre­gen een uiterst energieke bluesy en toe­ganke­lijke per­for­mance te zien vol speelplezi­er van de muzikan­ten. Met name drum­mer Rudy Roys­ton stal de show, volledig naar het genoe­gen van zijn rond­hup­pe­lende ban­dlei­der. Maar zijn kun­sten ging ook het pub­liek niet onopge­merkt voor­bij: na elke solo kreeg hij een staande ovatie, teminste toch van die ene overen­hou­si­aste drum­fanaat op de tweede rij.  Opmerke­lijk was de gast­muzikant Antho­ny Kerr op vibrafoon: hij speelde ver­moedelijk voor het eerst mee en moest zich duidelijk con­cen­tr­eren op het spe­len van de bebopthe­ma’s. Dat zorgde voor extra span­ning, zek­er toen hij tij­dens een num­mer z’n iPad liet vallen van z’n pupiter. Alsof hij nog niet nerveus genoeg was, viel even lat­er ook nog eens het volledi­ge licht uit op het podi­um. Het kon de door­win­ter­de band echter niet uit haar koers bren­gen. Free­man danste zelfverzek­erd, het pub­liek klapte met het ritme mee. 

Drum­mer Rudy Roys­ton stal de show, volledig naar het genoe­gen van zijn rond­hup­pe­lende ban­dlei­der

Hudson

Hud­son

Werd de band Hud­son genoemd om te ver­wi­jzen naar de nood­land­ing van Vlucht 1549 in de Hud­son? Want deze machine had duidelijk enkele prob­le­men. Nochtans was deze super­band de belofte van de avond: vier rot­ten in het vak die zich in avon­tu­urlijk wagen aan een het cov­eren van klassiek­ers uit  Hud­son kwam maar moeil­ijk van de grond en slaagde er ook voor de rest van de set niet in om muzikale hoogvliegers te pro­duc­eren. “It’s not my day, guys”, leek de leg­en­darische drum­mer Jack DeJohnette te denken, en ook de andere ban­dle­den kon­den zich maar wankel staande houden. Let­ter­lijk zelfs in het geval van gitaar­fenomeen John Scofield, die was meer bezig met prut­sen aan zijn knop­pen dan swin­gend het voor­touw te nemen. Pas vanaf het derde num­mer kwam er meer groove in de set, en ont­dooide de lethargie bij een deel van het pub­liek. Voor anderen was het kwaad dan al geschied: de vrouw naast ons kocht zelfs online een was­ma­chine in de uitverkoop van Krëfel. Alleen de gelu­id­bal­ansprob­le­men kun­nen als verzach­t­ende omstandigheid aange­haald wor­den. De weinige pow­er op het podi­um kwam vooral van de ver­sterk­er, die scherp en agressief gelu­id door de box­en joeg. Veel dB, weinig seks, zelfs bij de cov­er van Jimi Hen­drix’ ‘Cas­tles made of sand’. Dejohnette en Scofield leken wat meer plezi­er te kri­j­gen in de set, maar mis­ten zelfs met vereende kracht­en de fut om de gitaar­god tot lev­en te wekken. Alleen Scott Col­ley wist ons nog even te ver­rassen met een geïn­spireerde bas­so­lo. Een volle blaas was dan ook het per­fecte excu­us om vrien­delijk te bedanken voor het bis­num­mer.

De letargie was zo groot dat de vrouw naast ons maar een was­ma­chine kocht

 

Too Noisy Fish

Too Noisy Fish

Als je de kans kri­jgt om Too Noisy Fish te zien, gri­jp hem dan. Maar schop dan wel even de stoe­len aan de kant, want dit trio zet je spon­taan aan het bewe­gen. Het late uur kon de schare trouwe fans en nieuw­bakken bewon­der­aars niet deren: de bruisende set hield de Gar­den Stage wel wakker. Too Noisy Fish nam de gele­gen­heid te baat om vooral mate­ri­aal van hun nieuwe plaat Furi­ous Empath­ic Silence te pre­sen­teren. De kers­verse muziek was voor het dri­etal nog even wen­nen, met een kleine onzek­er­heid hier en daar als gevolg. Maar verder was het puur geni­eten van hoe deze ras­muzikan­ten versmelten met hun respec­tievelijke instru­menten, tot het haast onmo­gelijk werd om te zeggen waar muzikant eindigde en instru­ment begon. Ongelooflijk welke klanken Kristof Roseeuw uit zijn con­tra­bas weet te puren. Pianist Peter Van­den­berghe deed niet onder in spek­takel­waarde en maak­te indruk met een com­posi­tie gebaseerd op het enige akko­ord dat hij nog kon spe­len na een pols­breuk. De heren halen hun inspi­ratie wel vak­er op onverwachte plaat­sen: bij ‘klassieke’ com­pon­is­ten zoals Rav­el en Mes­si­aen, rock, ambi­ent … Het resul­teerde in num­mers die begonnen met een intieme pianoso­lo, aange­vuld wer­den met exper­i­men­t­jes op drum door Toon Ver­bruggen en explodeer­den in een opzwepend samen­spel. Ambiance verzek­erd met num­mers als FUQ (Fre­quent­ly Unan­swered Ques­tions) en Turk­ish Laun­dry. Het kleine, maar ent­hou­si­aste pub­liek kreeg nog twee bis­num­mers cadeau en werd swin­gend de nacht inges­tu­urd.

Het is onmo­gelijk om te zeggen waar muzikant eindigt en instru­ment begint