Buildings 4 climate


Het klimaatdebat leeft. Niet alleen bij de bosbrossers of in de Facebookcomments op HLN, maar evenzeer bij onze eigenste alma mater, die stevig inzet op verduurzaming van haar gebouwen. De infrastructuur moet vernieuwd worden en de CO2-emissies moeten omlaag, maar zo’n ommezwaai is niet altijd evident. Hoe verloopt die verduurzaming nu precies aan onze universiteit?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/03/2019 – 15:20 door Mingt­je WangVin­cence De Gols­Bil­lie Thiessen­Ma­ja Min­naert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

We sprak­en met Riet Van de Velde, afdel­ing­shoofd Milieu, en Els Van Damme, directeur van de Direc­tie Gebouwen en Facil­i­tair Beheer (DGFB). Samen met vele anderen zijn zij de dri­jvende kracht­en van Tran­si­tie UGent, een denk­tank waar ver­schil­lende stu­den­ten, experten en per­son­eel­sle­den samenkomen om het duurza­amhei­ds­beleid van de UGent onder de loep te nemen. Zij bek­ijken wat er nu al gebeurt en wat nog moet gebeuren in de toekomst. Een belei­d­sor­gaan is Tran­si­tie UGent niet, maar ze legt wel voorstellen op tafel en probeert zo door te wegen op het beleid.

Je kan dwepen met de soev­ere­initeit van onze nati­es­taat zoveel je wil, de Europese Unie heeft andere plan­nen voor ons in pet­to, en dat is miss­chien maar goed ook. Om het kli­maatakko­ord van Par­i­js geen vod­je papi­er te lat­en wor­den, is supra­na­tionale samen­werk­ing essen­tieel. Hier­bij heeft de EU besloten om haar uit­stoot van broeikas­gassen tegen 2050 met 80–95% te reduc­eren tegen­over die uit 1990. In de stri­jd tegen kli­maatveran­der­ing pro­fileert de UGent zich als voortrekker en wil zij vol­gens deze lijn haar beleid ambitieus uit­stip­pe­len. Het huidi­ge Energiebelei­d­splan haalt deze doel­stellin­gen niet. Van­daar hebben ver­schil­lende stake­hold­ers, waaron­der Tran­si­tie UGent, Stad Gent en ver­schil­lende experten, het Energiebelei­d­splan 2.0 voorgesteld, dat nog wacht op goed­keur­ing van het Bestu­urscol­lege van de uni­ver­siteit. Dit actieplan voor de peri­ode 2020–2030 is wel in lijn met de EU-doel­stellin­gen en omvat onder andere een reduc­tie van min­stens 27% in het energie­ver­bruik, waar­bij ook min­i­mum 27% van het resterende ver­bruik uit hernieuw­bare energie moet bestaan. Voor de uitwerk­ing werd het plan opgedeeld in twee grote pijlers: het inzetten op energie-effi­ciën­tie en het investeren in groene energie.

Het huidi­ge Energiebelei­d­splan haalt de Europese doel­stellin­gen niet

To bouw or not to bouw?

Het duurza­am­ste ver­bruik is geen ver­bruik. Gebouwver­warm­ing en elek­triciteitsver­bruik zijn twee van de groot­ste bron­nen van CO2-emissies voor de UGent. Daarom moet ze drin­gend haar elek­triciteits- en warmtevraag inperken. In de eerste plaats kan dit via de ver­du­urza­m­ing en inperk­ing van het huidig pat­ri­mo­ni­um. “Archi­tecten beant­wo­or­den een ruimtelijke vraag alti­jd met een gebouw, maar wij zijn tot het besef gekomen dat mensen die een beroep op ons doen, in de eerste plaats gewoon een ruimtelijke behoefte hebben. Wij vin­den dat je die behoefte niet alti­jd met gebouwen moet beant­wo­or­den. Je moet eerst onder­zoeken of niet-bouwen ook een optie is”, citeert Van de Velde. “Wan­neer we ruimtenood hebben, zijn we nog te veel aan het denken in ter­men van nieuw­bouw. Die nieuwe gebouwen zijn wel duurza­am, maar het resul­taat is dat je weer ruimte aan het opsouperen bent. De laat­ste tijd wordt er wel meer nagedacht over hoe we meer kun­nen samen­werken en infra­struc­tu­ur kun­nen delen.” Een shuf­fle in uur­roost­ers kan ook een oploss­ing bieden om ruimtes zo goed mogelijk te benut­ten. “De bio-inge­nieurs hebben net dezelfde prac­ti­ca als de weten­schap­pen, maar dan in ver­oud­erde infra­struc­tu­ur op de Coupure. Je zou kun­nen samen­werken, maar dat gaat momenteel niet, want er zijn niet genoeg namid­da­gen over, enkel voormid­da­gen. Schuif eens met die uur­roost­ers en dan kan dat wel op voormid­da­gen. Zo kun­nen we één grote practicum­ruimte mak­en voor iedereen, die opti­maal benut wordt.” Zulk admin­is­tratief ges­tun­tel kan enkel ordelijk ver­lopen via een cen­trale stur­ing die alle fac­ul­teit­en overkoe­pelt.

Daar­naast is het belan­grijk een inven­taris te hebben van het huidig pat­ri­mo­ni­um. Pas wan­neer we zicht hebben op welke gebouwen nog poten­tieel hebben en welke niet, kun­nen er gefun­deerde beslissin­gen gemaakt wor­den. Als voor­beeld geeft Van de Velde de huizen aan de Vold­er­sstraat. “Miss­chien zijn dat wel mooie heren­huizen die je moet verkopen waar­door je weer geld kri­jgt om andere gebouwen op punt te stellen.”

Duurzame ren­o­vaties en state-of-the-art nieuw­bouw zijn pas de tweede stap in dit ver­haal. Hier­bij zijn totaal­ren­o­vaties essen­tieel, want stap per stap werken is niet rend­abel. Het heeft namelijk geen zin om de ver­warm­ing te ren­ov­eren zon­der het gebouw eerst van top tot teen te isol­eren. Die grondi­ge iso­latie gaat ook gepaard met de mogelijkheid tot het afstap­pen van fos­siele brand­stof­fen. Dit heeft te mak­en met het ver­schil tussen hoge en lage tem­per­atu­urver­warm­ing legt Van de Velde uit. “Kijk maar naar vlo­erver­warm­ing, dan heb je slechts 30° of 40°C nodig. Als je het sys­teem hebt van ver­warm­ingse­le­menten, namelijk chauffages, dan heb je zek­er 80°C nodig in je lei­din­gen. Dus, zolang je niet heel je gebouw goed geï­soleerd hebt, waar­door je het ook kan ver­war­men op 30°C, kan je niets doen met een warmtepomp. Zo’n warmtepomp kan niet naar 80°C gaan, dat is enkel weggelegd voor fos­siele brand­stof­fen.”

We denken nog te veel in ter­men van nieuw­bouw – Van de Velde

 

De grijze zone

Bij het aan­pakken van gebouwen blijkt tijd vaak een lastig gegeven. “Moeil­ijk, want je hebt die tijd enerz­i­jds nodig, maar anderz­i­jds heb je ze ook niet”, vertelt Van de Velde. “Ook qua ken­nis zijn er nog heel wat hiat­en. We weten nog niet alles.” In die tussen­ti­jd wor­den dan ook stud­ies gedaan, die voor een kwal­i­tatie­vere ver­du­urza­m­ing kun­nen zor­gen, maar uit­er­aard ook tijd vra­gen. Zoge­naamde hef­boomac­ties spe­len in op dit prob­leem. “Hef­boomac­ties zor­gen ervoor dat we niet ver­lam­men”, gaat Van de Velde verder. “Met zo’n actie kan je al starten zon­der op de stud­ies te moeten wacht­en. Inte­gen­deel, we doen onder­tussen studiew­erk, maar omdat we op kleinere schaal werken, kun­nen die stud­ies daar voe­den waar we de ervar­ing nog niet hebben.”

Een ander groot obstakel bij het ren­ov­eren van gebouwen is het feit dat de UGent veel pat­ri­mo­ni­um met bescher­mde sta­tus heeft. Dat brengt enkele prob­le­men met zich mee, bijvoor­beeld bij de Plateau. “Dat gebouw heeft geblazen en getrokken glas en dan laat Mon­u­menten­zorg ons niet toe dat we die daaruit nemen en ver­van­gen met nieuw, geï­soleerd glas. Dan moeten we werken met achterze­tra­men, hoewel dat natu­urlijk veel meer kost. Je kri­jgt daar ook wel een sub­si­die voor, maar die sub­si­diepot is niet fiks”, aldus Van de Velde.

Money, money, money

De tweede pijler is het afstap­pen van fos­siele brand­stof naar groene energie. Om de tran­si­tie naar een fos­sielvri­je cam­pus te financieren zijn de over­hei­dssub­si­dies van het kli­maat­fonds niet vol­doende. Deze wor­den bijges­taan door de Pro­visie duurzame maa­trege­len, een fonds beheerd door DGFB. “Jaar­lijks mak­en we een begrot­ing van de verwachte kosten en ook wat er bespaard is dankz­ij investerin­gen in duurza­am energiege­bruik. Dit varieert jaar­lijks tussen 300.000 en 700.000 euro”, vol­gens Van Damme. Het bespaarde geld stroomt via dit fonds recht­streeks terug naar nieuwe duurzame pro­jecten, maar zelfs met die twee bron­nen is het niet genoeg. “Het aller­g­root­ste obstakel in dit pro­ces is nog steeds finan­ciën. Er is hier zo veel geld voor nodig”, beves­tigt Van Damme. Onder­tussen is er een achter­stand qua onder­houd van de gebouwen, moeten er mid­de­len opz­ij gehouden wor­den voor onverwachte reparaties, het leeghalen van gebouwen, enzovoort.

Ten slotte is draagvlak creëren en sen­si­bilis­eren ook een belan­grijk aspect van dit project. Dat het duurza­amhei­d­s­the­ma leeft onder de stu­den­ten is wel gebleken de afgelopen weken. Ook de UGent zelf pro­fileert zich als vooruit­strevend, maar komt dat ook tot uit­ing in het beleid? “Ik zie het draagvlak als­maar groeien, niet enkel bij de stu­den­ten, maar ook bij het bestu­ur”, vertelt Van de Velde. Het prob­leem is dat het geld ook nog moet vol­gen en dat loopt soms stroef in de realiteit. Ook Van Damme voegt toe dat er heel fel op duurza­amheid wordt ingezet bin­nen de UGent, maar dat die ambities soms in con­cur­ren­tie staan met andere ambities zoals groei en nieuwe noden.

De UGent zet zich zek­er in voor de kli­maatza­ak en is er duidelijk mee bezig, maar er is alti­jd wel ruimte voor ver­be­ter­ing. Vooral onze manier van nadenken moeten we in vraag stellen, gaande van het loskop­pe­len van fac­ul­teits­denken tot het tout court dur­ven omgooien van con­ven­tionele houdin­gen. Maar de struc­turele veran­derin­gen op belei­d­sniveau bli­jven van essen­tieel belang. Deze vor­men de sluit­steen van het heilige tri­umvi­raat: drukkings­groepen, experten en belei­ds­mak­ers. Elk van deze drie moeten aan­wezig zijn wan­neer je duurzame, in elke zin van het woord, veran­derin­gen teweeg wil kun­nen bren­gen.