Brusselse brillen op Vlaanderen


Vlaanderen! Waar leeuwen thuis zijn. Na vier jaar in Vlaanderen blik ik terug op een woelige voorgeschiedenis van integratie, flamingantisme en het naspelen van de BHV-crisis op de basisschool. Een relaas van Brusselse brillen (sic) op Vlaanderen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/12/2020 – 10:14 door Six­tine Bérard

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een week gele­den vroeg een kotgenoot mij of ‘we’ in ‘Wal­lonië’ (ik heb nooit in Wal­lonië gewoond, wel in Brus­sel) ook Sin­terk­laas vieren. Sym­pa­thiek als ik ben, antwo­ordde ik op ogen­schi­jn­lijk doo­d­eer­lijke toon dat we op zes decem­ber het ‘broc­co­l­ifeest’ vieren. Wat erop vol­gde was “ah”, stilte en “…het was een mop he”. 

Ik ben vergevorderd in mijn inte­gratiepro­ces: ik ken alle per­son­ages uit F.C. De Kam­pi­oe­nen

Door een plaat­steko­rt in de Franstal­ige kinderop­vang kwam ik twintig jaar gele­den terecht in een Vlaem­sche kinderop­vang in Brus­sel. Een tien­tal jaren lat­er werd ik omge­doopt tot ‘la Fla­mande de la famille’. Onder­tussen woon ik al vier jaar in Vlaan­deren en ben ik vergevorderd in mijn inte­gratiepro­ces. Ik ken alle per­son­ages uit F.C. De Kam­pi­oe­nen en weet waar ‘zet die ploat af’ van­daan komt. Vervlaam­sen ging echter niet zon­der slag of stoot: flash­back naar 2004, op de speelplaats van een Ned­er­land­stal­ige basiss­chool in Brus­sel. 

 

 

De voer­taal op zulke scholen is een heel dadaïstisch taalt­je. “Maman, il est où mon boeken­tas?” Paul Snoek zou jalo­ers geweest zijn. “Ma juu­u­uf, zij hebben mijn cheveux getrokken.” Paul van Ostai­jen draait zich om in zijn graf. Pure lin­guïstis­che anar­chie was het echter niet. Over­al hin­gen er posters met ‘hier spreekt men Ned­er­lands’. We leer­den een lied­je met als refrein ‘ik spreek Ned­er­lands’ op de tonen van ‘ik ben Mega Mindy’ en heel even was er zelfs een spi­onagesys­teem.

Maman, il est où mon boeken­tas?

Ned­er­land­stal­ige kind­jes mocht­en aangeven bij de leerkracht wie Frans sprak, en dat was gekop­peld aan een pun­ten­sys­teem. Verk­likken stond blijk­baar niet in de eindter­men, dus dat sys­teem werd snel afgeschaft. Sail­lant detail: naast onze school was een Franstal­ige basiss­chool. Het was niet bepaald peis en vree tussen de kind­jes aan Franstal­ige zijde en die aan Ned­er­land­stal­ige zijde. Een jolige bende politi­ci, dat waren we.

Zij zullen het confederalismedebat niet temmen

Flash for­ward naar het strand van Nieuw­poort, juli 2007. Ik kwet­ter­de trots Ned­er­lands (omdat ik een betwe­terig kind was) en deed dat ook tegen die grap­pige man­net­jes met geel-zwarte vlagget­jes. Vrolijk zwierde ik rond met de Vlaamse Leeuw, tot mijn moed­er paniek­erig vroeg: “Qui t’a don­né ça?”

Ver­al­ge­menin­gen zijn lui, ik wil hier geen karikatu­urt­jes neerzetten. Dat is eigen­lijk net het punt: dat het vanu­it mijn posi­tie heel moeil­ijk is om te begri­jpen van­waar die geïn­sti­tu­tion­aliseerde kloof komt tussen Vlaan­deren-Brus­sel-Wal­lonië. En zek­er, waarom die kloof bij­na dagelijks – in het par­lement, de krant of de straat – wordt uitgediept. 

Je m’appelle Flamand

Wat me snel opviel, toen ik net in Vlaan­deren woonde, is dat het aan­vang­su­ur van het avon­de­ten heel vroeg was. Cour­gettes om 17.30 uur begin­nen sni­j­den? Quelle idée! Dat extreem­rechts flink meer main­stream is dan aan Franstal­ige zijde. Dat er mensen zijn die denken dat Brus­sel gevaar­lijk is en Wal­lonië een plek waar elk jaar een broc­co­l­ifeest wordt gevierd. Heel een­z­i­jdig is het weliswaar niet: op fam­i­liefeesten moet ik uit­leggen dat niet elke per­soon in Vlaan­deren racis­tisch, bak­fi­et­sende-hip­pie of deca­dente matrasverkop­er is.

De brillen / les lunettes

Op een feed­back­mo­ment in mijn eerste jaar uni­ver­siteit, vroeg een docent mij of ik ’thuis een andere taal sprak’ want er waren ’taal­fouten’. Mijn immer sym­pa­thieke zelve wou eerst gepi­keerd rea­geren dat we thuis niet prat­en maar met rooksig­nalen com­mu­niceren, maar de waarheid kwam uit mijn mond: je suis fran­coph­o­ne. Zow­el mijn Frans als mijn Ned­er­lands hebben soms hoek­jes af.

Vanu­it mijn posi­tie is het heel moeil­ijk om te begri­jpen van­waar die geïn­sti­tu­tion­aliseerde kloof komt

Mijn − getol­ereerde − out­sider­posi­tie creëert automa­tisch afs­tand tegen­over uit­sprak­en als ‘er is maar één gemeen­schap en dat is de Vlaamse’ en ‘Waalse stu­den­ten hebben min­der ver­ant­wo­ordelijkhei­ds­gevoel’. Maar het maakt me ook heel bewust van hoe raar ons land in elka­ar zit. Ik ben zelf geen grote aan­hang­er van een ‘nationale iden­titeit’, maar wat zegt het over ‘ons’ dat de Vlaamse Leeuw een geweld­dadig sym­bool is gewor­den in de ogen van vele mensen? Dat er een poli­tiek-ide­ol­o­gis­che dis­crepantie is en een exo­tis­er­ing van de lands­de­len, hoewel er geen douane is aan de taal­gren­zen? Jan Jam­bon wen­ste in Humo’s ein­de­jaarsvra­gen ‘alle Vlamin­gen’ een goede ein­de­jaar toe. En ik dan, Jan?

Gewoon spaghetti

Voor mij voelt dat aan als een bord spaghet­ti nauwkeurig verde­len in pas­taslierten, tomaten­saus, (tofu)gehakt, tomaten­brokjes, andere groen­ten, zout, peper, kaas. Dan denk ik: “’t is gewoon spaghet­ti he”. Natu­urlijk zijn er luie Walen, natu­urlijk zijn er heel wat Vlamin­gen die liev­er de regen­boogvlag uithangen dan de Vlaamse Leeuw. Maar in die sprei­d­stand tussen Gent, Brus­sel, Doornik en Zuid-Frankrijk, merk ik dat zachtheid al veel zou kun­nen lij­men. 

Tot grote spi­jt van alle niet-Fla­mands in mijn fam­i­lie: ik begin mijn cour­gettes nu ook te sni­j­den om zes uur ’s avonds. En ik ken geen enkel Franstal­ig gedicht van­buiten. Wel veel Ned­er­land­stal­ige. Zoals deze open­ingszin van Kleine Beer van Marieke Lucas Rijn­eveld: “Verd­wi­j­nen in de plooien van gebouwen en het land klein­er mak­en door mijn armen te strekken.” Klein land­je, petit pays. Maar in die plooien zou beter veel zachtheid liggen. Men mag niet ver­geten dat gren­zen vooral gebakken lucht zijn en dat gestrek­te, open armen warmer ogen.