Biografie: Tinariwen


Tinariwen is ook het meervoud van ténéré, Tamasheq voor 'woestijn'. Het ensemble had dus evengoed 'The Desert Boys' kunnen heten, maar de Touaregmuzikanten dragen met deze benaming net een zwaarbeladen geschiedenis met zich mee. Met het verschijnen van hun negende album ‘Admadjar’ eerder deze maand, wordt het tijd voor hen bij wie de naam nog geen…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 22/09/2019 – 21:38 door Vin­cence De Gols

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De groep rond Ibrahim Ag Alhabib ont­popte zich gelei­delijk aan tot het huidi­ge wereld­bek­ende col­lec­tief, maar een rimpel­loos suc­cesver­haal kan je Tinari­wen bezwaar­lijk noe­men. 

Over lijden en strijden

Ag Alhabib zag als vier­jarige jon­gen zijn vad­er geëx­e­cu­teerd wor­den tij­dens de Toeare­gop­standen in Noord-Mali. Tij­dens zijn verbli­jf in een vluchtelin­genkamp in Alger­i­je ver­li­et hij samen met enkele andere jon­geren, de lat­ere groep­sle­den, vaak het kamp om even verderop muziek te spe­len. De jon­gens beant­wo­ord­den in 1980 de mil­i­taire oproep van Muam­mar al-Gaddafi en stre­den vijf jaar lat­er opnieuw mee met de Toeareg in Libië, waar ze de andere muzikan­ten leer­den ken­nen.

De groep slaagde er ondanks de omstandighe­den in om tij­dens die peri­ode muziek op te nemen, en dat hele­maal gratis voor al wie hen een lege cas­sette bezorgde. In 1990 vocht­en ze een laat­ste keer mee tegen de regeringstroepen, waar­na de groep besloot om zich uit­slui­tend nog op muziek te focussen. Ze reis­den enkele klein­schalige fes­ti­vals af, waar­na grotere even­e­menten vol­gden, zoals Roskilde en ook het Bel­gis­che Sfinks Fes­ti­val.

Berberse sound, barbaarse background

Tinari­wen omschri­jft hun sound met de term assouf, ‘nos­tal­gie’ in het Ned­er­lands; een mix van elek­trische gitaren met onder­huidse rock en blues en het tra­di­tionele gelu­id van Toeareg­muziek. Dat laat­ste herken je aan twee typ­is­che instru­menten uit deze sti­jl: de anzad, een een­snar­ige viool, en de tende, een soort drum bedekt met geit­en­vellen. Dat elek­trische gitaren en een pen­ta­tonis­che sound, die men in de West­erse wereld min­der goed kent, ver­w­even zit­ten in muziek, zorgt ervoor dat Tinari­wen toch zeer herken­baar is.

Elek­trische gitaren en een pen­ta­tonis­che sound zor­gen ervoor dat Tinari­wen toch zeer herken­baar is

Qua sound en ritme lijkt assouf dan wel in de lijn van de tra­di­tionele Toeareg­muziek te liggen, maar de inhoud ver­schilt enorm. In hun tek­sten beschri­jven ze geen helden uit het verleden, maar spreken ze over de huidi­ge schri­j­nende sit­u­atie van hun thuis­land. Een grote ®evo­lu­tie die breekt met de schri­jf­sti­jl van weleer. Mensen die tij­dens de opstanden Tinari­wen beluis­ter­den, hoor­den over de tragis­che realiteit die bran­dend actueel was. De par­al­lel met blues wordt dan ook vooral getrokken op vlak van tek­sten, aangezien ze bei­de vertellen over de ver­schrikke­lijke omstandighe­den in hun thuishavens.

De grootste familie

De bezetting van Tinari­wen is, met uit­zon­der­ing van een paar vaste groep­sle­den, een col­lec­tief dat nooit con­stant bli­jft. “Één grote fam­i­lie”, zegt Ag Alhabib er zelf over. En die fam­i­lie heeft zich de laat­ste jaren ook inter­na­tion­aal sterk uit­ge­breid. Zo werk­ten ze voor ‘Elwan’ samen met Alain Johannes, gitarist van Queens of the Stone Age, en hoor je op ‘Admad­jar’ ook duizend­poot War­ren Ellis, rechter­hand van Nick Cave. In het pro­gram­ma ‘Off the Record’ biechtte Trix­ie Whit­ley zelfs op ‘Emmaar’ als inspi­ratie te gebruiken voor haar eigen gitaar­spel. Best een aardig pal­mares tot nu toe.

Dat je het laat­ste nog niet geho­ord hebt van Tinari­wen, is zek­er. Figu­urlijk dan, want hun laat­ste album heb je hopelijk wél al volledig beluis­terd.