“Bij leven en welzijn”


Prof Marc De Clercq zwaait af als decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde (FEB) en geeft de fakkel door aan prof Patrick Van Kenhove. Wij konden beide heren strikken voor een aangename babbel.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/11/2016 – 23:43 door Selin Bak­istan­li

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Sinds okto­ber is pro­fes­sor Patrick Van Ken­hove de nieuwe decaan op de Fac­ul­teit Economie. Hij heeft grote schoe­nen te vullen, want zijn voor­ganger prof Marc De Cler­cq is bij­na een wan­de­lende leg­ende. Toch zien ze de toekomst alle­bei meer dan rooskleurig in.

Prijsduiven

Op de vraag of ze elka­ar kort even kun­nen voorstellen moeten bei­de prof­fen lachen. “Heb je een uurt­je?” vraagt Van Ken­hove. “Prof Marc De Cler­cq is dus de vorige decaan van de fac­ul­teit. Hij is een zeer gedreven les­gev­er en een zeer goede onder­han­de­laar. Hij staat ook heel dicht bij de stu­den­ten, hij is bijvoor­beeld erevoorzit­ter van de VEK (Vlaamse Economis­che Kring, red.).” Ook De Cler­cq is vol lof over zijn col­le­ga: “Prof Van Ken­hove was voorzit­ter van de Vak­groep Mar­ket­ing. Onder de lei­d­ing van hem en zijn voor­gangers is die vak­groep uit­ge­groeid tot een grote vak­groep waar niet enkel wordt les­gegeven, maar waar ook onder­zoek wordt gedaan. Hij doet qua gedreven­heid niet onder voor mij, hij was de fac­to al vicede­caan. Hij is een zeer bege­nadigd les­gev­er, kijk maar naar die awards voor ‘beste les­gev­er van het jaar’. Dat heb ik zelfs niet gekre­gen. Ik denk dat hij nog moet leren om uit te gaan met stu­den­ten, maar dat komt wel in orde. Hij zal een zeer goede ambas­sadeur zijn voor de fac­ul­teit.” Het is duidelijk, de FEB stelt hoge eisen aan haar deca­nen.

Een hart voor studenten

De prof­fen zijn vol lof over de stu­den­ten aan hun fac­ul­teit, meer­maals wor­den de stu­den­ten­v­erenigin­gen en de stu­den­ten­verte­gen­wo­ordig­ing aange­haald tij­dens het gesprek. Prof Van Ken­hove geeft toe dat hij fysiek niet in staat is om even veel met de stu­den­ten op zwier te gaan als prof De Cler­cq, maar hij is wel van plan om dat af en toe te doen. Zo is hij dit acad­e­mie­jaar wel al gaan tap­pen in de Yuc­ca, het café van de VEK. “Toen heb ik mij gere­aliseerd dat de VEK wel een heel win­st­gevende organ­isatie moet zijn”, zegt hij. “Van onze stu­den­ten kun­nen we niet beter verwacht­en. Het zijn natu­urlijk die van de Recht­en die een café had­den met te grote vaste kosten”, vult De Cler­cq aan met een sneer naar het Hof van Beroep, het café van het Vlaams Rechtsgenootschap dat fail­li­et ging. “Die gas­ten zijn zeer pro­fes­sioneel. Actief op zow­el het ludieke als het actieve niveau”, gaat Van Ken­hove verder. Marc De Cler­cq beaamt dit, ze hebben vol­gens hem in de loop van de jaren een grote weg afgelegd: hij heeft ze immers nog meege­maakt als bende die eigen­lijk alleen uit­ging en dronk. Ook over Stu­ve­co, de stu­den­ten­raad van de fac­ul­teit, wordt geen slecht woord gerept. “Toen ik nog assis­tent was, heer­ste het con­flict­mod­el: stu­den­ten zetten zich af tegen prof­fen. Gelei­delijk aan is die sfeer omge­draaid en kre­gen stu­den­ten meer ver­ant­wo­ordelijkheid”, legt De Cler­cq uit. Van Ken­hove doet er een schep­je bovenop: “Die gas­ten van Stu­ve­co zijn ongelooflijk betrokken. Gemo­tiveerde stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­gers zijn een zegen voor de fac­ul­teit.”

Onderwijs vs. onderzoek

Marc De Cler­cq wordt vaak gezien als een onder­wi­js­gerichte prof, ter­wi­jl Van Ken­hove het label onder­zoeks­gericht soms op zich gek­leefd kri­jgt. Die onder­zoeks­gerichte stick­er kan de prof verk­laren door zijn verleden op de Vak­groep Mar­ket­ing, waar vroeger geen onder­zoek gebeurde, maar waar alles naar bedri­jf­spro­jecten en con­sult­ing ging. In 2000 heeft hij hier als voorzit­ter rad­i­caal mee gebro­ken: er moest meer onder­zoek gebeuren. De vak­groep is uit­ge­groeid van twee prof­fen en drie assis­ten­ten naar een vak­groep van 45 mensen. “Aan de uni­ver­siteit zijn er slingers. Soms wordt onder­zoek meer bek­lem­toond, en als onder­wi­js dan in het gedrang komt is er een tegen­re­ac­tie”, zegt hij. Hij ontkracht ook de per­cep­tie van De Cler­cq als onder­wi­js­gericht: “Prof De Cler­cq heeft hier serieuze Europese onder­zoek­spro­jecten bin­nenge­haald, wat men dik­wi­jls niet weet.” Ook De Cler­cq verk­laart zijn label met het verleden. Toen hij vicerec­tor was, kreeg hij de porte­feuille ‘onder­wi­js’. Rec­tor De Leen­heer wilde de porte­feuille voor onder­zoek zelf beheren, zoals daar­voor. Na zijn tijd als vicerec­tor had De Cler­cq, bij het terugk­eren naar de fac­ul­teit, geen zin om alles opnieuw op te bouwen. Hij had immers geen mensen meer op onder­zoek en zou van nul moeten begin­nen.

Digitalisering

De dig­i­talis­er­ing van ons onder­wi­js is het grote gesprek­son­der­w­erp van deze tijd. Iedereen lijkt te zeggen dat we er meer op moeten inzetten. Van Ken­hove probeert dit te nuanceren: “Don’t put all your eggs in one bas­ket. Je moet niet alles inzetten op één kanaal. Eerst moet je je afvra­gen wát je wil bereiken, en afhanke­lijk van de doel­stellin­gen kijk je naar je tool­box. Vaak wordt dit pro­ces omge­keerd en wordt er zon­der reden gespeeld met een tool­box. Je kan per­fect onder­wi­jsvernieuwing doen zon­der dig­i­talis­er­ing. In mijn ogen zal het in de toekomst veel meer gaan over com­pe­ten­ties, namelijk din­gen goed doen en excelleren, dan diplo­ma’s. Vergelijk het met gam­i­fi­ca­tion. In een game ga je, na het behalen van een bepaalde lev­el, toch ook geen jaar wacht­en tot je naar lev­el twee mag? Bij ons is dat wel zo. Dig­i­talis­er­ing zal hier een rol spe­len. Je zal je kun­nen verdiepen in iets, bijvoor­beeld met online lespaket­ten, en zo kan je op ver­schil­lende lev­els werken.”

Fuck bureaucratie

Hoewel de prof­fen natu­urlijk elk hun kijk op din­gen hebben, zijn ze het over een bepaald onder­w­erp vol­mondig eens: ze heke­len alle­bei de bureau­cratie en zijn alle­bei ongeduldig. “Eén van mijn frus­traties is dat onderne­mend zijn bin­nen een uni­ver­siteit niet makke­lijk is. Het sys­teem zegt eigen­lijk dat je niet onderne­mend moet zijn”, zegt De Cler­cq. “Als decaan zit je tussen twee vuren. Je wil nieuwe din­gen realis­eren, maar je moet je houden aan het regle­ment. De defin­i­tie van een bureau­craat is iemand die voor elke oploss­ing ook een prob­leem weet.” In een ide­ale wereld bestaat bureau­cratie niet, we vra­gen de kers­verse decaan wat er op zijn wish­list staat mocht dit inder­daad zo zijn. Nog voor de vraag gesteld is komt hij op de prop­pen met een aan­tal zak­en. “Op onder­zoeksvlak moeten we werk mak­en van een ander type doco­raat. We moeten veel sneller dur­ven gaan over onder­wi­jsvernieuwing. Opnamem­ogelijkhe­den zijn er nu in bepaalde audi­to­ria, voor mij mag dat in alle audi­to­ria. We moeten dur­ven spe­len met de indel­ing van het acad­e­mie­jaar. Dur­ven exper­i­menteren.” De FEB is alti­jd al een van de voortrekkers geweest, claimt De Cler­cq, vol­gens hem ligt het in de aard van de economen om dynamis­ch­er en meer naar inno­vatie gericht te zijn.

Afterwork drinks & personeelsfeestjes

De kers­verse decaan wil inspe­len op zow­el interne als externe com­mu­ni­catie. Zo vin­dt hij bijvoor­beeld dat de com­mu­ni­catie naar alum­ni toe veel beter kan, dit is vol­gens hem een alge­meen prob­leem aan heel de uni­ver­siteit. “Wij ken­nen onze alum­ni te weinig. De wis­sel­w­erk­ing ont­breekt. Wij kun­nen iets voor hen beteke­nen, maar zij ook voor ons.” De Cler­cq, die com­mu­ni­catie ook ongelooflijk belan­grijk vin­dt, ver­wi­jst naar de peri­ode voor hij vicerec­tor was: “Toen com­mu­niceer­den we hele­maal niet. Iedereen zou ons vanzelf ont­dekken, omdat we zo goed zijn. Ook interne com­mu­ni­catie is heel belan­grijk. Hoe grot­er een instelling is, hoe belan­grijk­er het wordt. In een kleine entiteit kent iedereen elka­ar. De fac­ul­teit kri­jgt omvang, waar­door het voor de decaan onmo­gelijk is om al het per­son­eel en de stu­den­ten te ken­nen. Interne com­mu­ni­catie werkt in twee richtin­gen. Van boven kan de decaan zeggen wat zijn gedacht­en zijn, en van onder kun­nen de ideeën hem bereiken. In informele set­tin­gen hoor je zak­en die je niet zou weten als je enkel naar het offi­ciële luis­tert, daarom doen we ook after­work drinks met de medew­erk­ers. We organ­is­eren jaar­lijks een per­son­eels­feest. Vroeger kwa­men de prof­fen enkel samen als iemand met pen­sioen ging. Dat was de saaiste avond die je je kan inbeelden. De helft had ruzie met elka­ar en sprak niet. Het is een belan­grijke gedachte die we moeten bek­lem­to­nen aan de uni­ver­siteit: niet indi­vidu­ele presta­ties, maar de groepen tellen. Het sys­teem is te veel gericht op indi­vidu­ele con­cur­ren­tie.”

“Het sys­teem is te veel gericht op indi­vidu­ele con­cur­ren­tie” – De Cler­cq

Trip down memory lane

De leuk­ste avon­turen die er beleefd wer­den aan de Fac­ul­teit Economie en Bedri­jf­skunde kan je hier­naast lezen, over hun mooiste herin­ner­ing zijn de prof­fen even­wel min­der terughoudend. Voor prof Marc De Cler­cq is de mooiste real­isatie die hij heeft meege­maakt de cre­atie van de richt­ing Han­delsin­ge­nieur. “De fac­ul­teit zou er hele­maal anders uitzien als we geen Han­delsin­ge­nieur had­den. Dan zouden we een tweed­erangs­fac­ul­teit zijn. De andere uni­ver­siteit­en gun­den het ons niet, we hebben echt moeten vecht­en.” Prof Patrick Van Ken­hove wordt dan weer warm van­bin­nen als hij terug­denkt aan de Vak­groep Mar­ket­ing. “Die groep zien groeien en bloeien, zien dat het een team is. Je voelt dat het een groep is die aan elka­ar hangt en dat gevoel is ongelofe­lijk leuk.”