Always judge a comic by the cover


BRUSSEL - In het prachtige gebouw van Victor Horta zetelt sinds 1989 het Stripmuseum, één van de oudste ter wereld. Is de strip ten dode opgeschreven, of kan het medium zichzelf heruitvinden?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/11/2016 – 0:28 Ten­toon­stelling COVERART (nog tot 25 mei) door Lau­ra Mas­saLieselot Le Comte­Shau­ni De Gussem

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

We had­den niet verwacht in een zijs­traat­je zo’n mooi muse­um te vin­den. Jol­ly Jumper in de gang lacht ons vrien­delijk toe. Tijd om de strip­ken­ner en gids Tine Anthoni eens aan de tand te voe­len.

Hergé als katalysator

“Bel­gië heeft echt een enorm rijke strip­cul­tu­ur. Het zijn niet enkel maar de kinder­strip die tellen, zoals de Kuif­jes en de Jom­mekes. We hebben een erg sterke beeld­tra­di­tie, iedereen heeft thuis wel een strip­plankje staan. Dat is bijvoor­beeld niet zo in Enge­land, waar er meer een orale cul­tu­ur heerst. Zelfs Ned­er­land – met een protes­tantse tra­di­tie – hinkt achterop. In het katholieke Vlaan­deren zijn we al eeuwen de barokke tafer­e­len van Breughel en Bosch gewoon.” De tweede pijler die belan­grijk is voor het tot stand komen van de strip in Bel­gië is vol­gens Tine de taal. “In Bel­gië had­den we lang een taalkundig vac­uüm: Vlaams en Waals wer­den gezien als dialecten, waar de lit­eraire tra­di­tie niet inter­es­sant was. Dus toen de mod­erne strip uit Ameri­ka over­waaide, kon­den beelden de lege plaats opvullen en het ver­haal ver­volledi­gen.” Daar­bij is Hergé cru­ci­aal geweest als katalysator. Hij was de eerste die zoveel suc­ces had. Door zijn werk, eerst alleen en daar­na in zijn stu­dio, heeft zich een rijke tra­di­tie kun­nen ontwikke­len. Een hele indus­trie ontstond: tijd­schriften, maar ook uit­gev­er­i­jen en drukkers gespe­cialiseerd in druk­tech­nieken voor strips.”

Toeris­ten pleasen

Waarom komen mensen van over de hele wereld naar Brus­sel om strips te lezen? “Er zijn een aan­tal vaan­del­dragers: Kuif­je is echt ongelooflijk bek­end, net als De Smur­fen. Het zijn ico­nen van het beeld­ver­haal, en de (teken)filmadaptaties ver­sterken dat nog. Toeris­ten willen de zak­en die spec­i­fiek zijn voor een plaats leren ken­nen, en in Bel­gië zijn dat bier, choco­lade en strips. Zek­er 80% van de bezoek­ers zijn buiten­lan­ders. In die zin zijn wij eerder een toeris­tis­che attrac­tie dan een cul­tu­urhuis. Boven­di­en trekken wij voor een muse­um een vrij jong pub­liek aan: veel back­pack­ers, gezin­nen en school­groepen.”

Voor vele teke­naars zijn de een­voudi­ge lij­nen van Kuif­je nog steeds een inspi­ratiebron. Is die heldere lijn dan spec­i­fiek te noe­men voor de Bel­gis­che beeld­taal? “Bij Hergé is de klare lijn vooral uit gebrek ontstaan. Hij werk­te op die manier omdat de druk­tech­nieken hem niet toeli­eten om met schaduwen te werken. De kran­ten waren van slechte kwaliteit, de lij­nen bewogen al eens. Je kon geen gri­js­nu­ances aan­bren­gen; het was zwart of wit. Daarom heeft hij ervoor gekozen heel een­voudi­ge lij­nen te zetten.” De humor is wel iets waar buiten­lan­ders ons vaak mee com­pli­menteren. “Vanaf het moment dat er Bel­gis­che auteurs aankomen op een stripfes­ti­val, dan kan er gelachen wor­den. Wij dri­jven graag de spot met onszelf, eve­nals met de maatschap­pij.”

“Bel­gis­che stri­pau­teurs dri­jven graag de spot met zichzelf”

Graph­ic nov­el

Het lit­eraire veld keek lang neer­buigend naar strips. “Kijk eens goed naar de boeken­top­tien: er staat tussen haak­jes alti­jd ‘zon­der strips’, want ze mogen niet meegeteld wor­den. De weerzin is dus nog niet hele­maal verd­we­nen. Ook in het onder­wi­js is er nog heel veel werk aan de winkel. In plaats van een auteur uit de jaren 50 zoals Har­ry Mulisch, waar leer­lin­gen moeil­ijk aansluit­ing bij vin­den, kan je ze een graph­ic nov­el lat­en lezen. Strips lezen kan ook uitda­gend en moeil­ijk zijn, zek­er om alles grafisch te ont­ci­jfer­en. Beelden leren lezen is zo belan­grijk, en zit nog veel te weinig in het cur­ricu­lum. Nochtans zijn we omringd door beelden en moeten we ons bewust zijn van de kracht ervan.”

Geen won­der dat de boom­ing strip­busi­ness evolueert: in oor­sprong werd het medi­um vooral voor jon­gens gemaakt, van­daag bereikt de strip een heel ruim pub­liek. “In de jaren 60 hebben ze alle reg­is­ters opengetrokken: geweld, erotiek, under­ground … Vanaf dat moment waren er ineens veel meer mogelijkhe­den en gen­res. In de jaren 80 keek mijn heel veel naar de cin­e­ma: de detec­tive, de film noir … Ook de graph­ic nov­el kent daar zijn voor­lop­er: men wou in plaats van reek­sen met steeds dezelfde per­son­ages een boek mak­en dat op zichzelf staat, zoals dat bij lit­er­atu­ur het geval is.” Als favori­ete tekenares haalt ze Judith van Isten­dael aan. De graph­ic nov­el trekt een nieuw vrouwelijk pub­liek aan dat op zich niet geïn­ter­esseerd is in super­helden, maar wel in goede, authen­tieke ver­halen. Als laat­ste belan­grijke trend ziet Tine dat uit­gev­ers van­daag meer naar onont­gonnen mate­ri­aal zoeken. “Wij lezen nu strips van Perse­po­lis, een Iraanse auteur, en de laat­ste 25 jaar is er enorm veel man­ga. Het aan­bod is nog veel divers­er gewor­den.”

 

In het Strip­mu­se­um Brus­sel loopt nog tot 25 mei de tijdelijke ten­toon­stelling ‘Cov­er­art’. Met een grote verza­mel­ing aan zow­el bek­ende als min­der bek­ende strip­cov­ers vertelt de exposi­tie over de wereld waar het filmis­che ver­haal en de grafis­che kun­st samenkomen tot één beeld. Bek­ende stripteke­naars vertellen in video­bood­schap­pen over hun ideeën wat een goeie coverteken­ing maakt en voor de (oud-)stripfans onder het pub­liek wordt een bezoek een kleine nos­tal­gis­che tij­dreis. Hoewel de exposi­tie zelf magert­jes is opge­bouwd, is er nog een fijne lees­bib­lio­theek en enkele lev­ens­g­root nage­bouwde stripi­co­nen zoals de Kuif­jer­aket, het hoofd­dek­sel van Robbe­does en de auto van Bil­ly en Bol­ly. Oh, en Lucky Luke op Jol­ly Jumper natu­urlijk. Per­fect geplaceerd om Insta­gram­wor­thy foto’s te mak­en. Een fotoot­je van de art nou­veau-archi­tec­tu­ur zal ook schoon staan op je aes­thet­ic blog. En een Brus­sel-geofil­ter voor Snapchat. Som­mi­gen gaan ook gewoon omdat ze fan zijn van strips. Rare mensen.