Afscheid van een studentenbeheerder


De studentenbeheerder is het hoofd van de Dienst Studentenactiviteiten (DSA) en elke twee jaar vindt een nieuwe aanwerving plaats. Na twee mandaten is het tijd voor Nicolas Vander Eecken om de fakkel door te geven.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 5/09/2022 – 9:26 door Bil­lie Thiessen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De Log­gia, voor iedereen die de Ther­mi­nal een beet­je kent een befaamd lokaal. Op een warme augus­tus­dag is het er lekker fris. Hier ont­moeten we Nico­las Van­der Eeck­en voor een laat­ste inter­view. Hij is stu­den­ten­be­heerder af. Na vier jaar aan het roer van de DSA is het tijd om terug te blikken.

Niet iedereen is bek­end met wat je eigen­lijk doet. Wat houdt de func­tie ‘stu­den­ten­be­heerder’ exact in?

“(Lacht) Na vier jaar kan ik daar nog alti­jd geen slui­tend antwo­ord op geven. Je hebt alti­jd veel ver­schil­lende pet­jes aan. Voor mij is de stu­den­ten­be­heerder iemand die zich onzelfzuchtig inzet voor het stu­den­ten­leven in Gent. Iemand die in een vertrouwen­sposi­tie zit en de mogelijkheid heeft om op cru­ciale pun­ten impact te mak­en. Wij (de DSA, red.) zijn het con­tact­punt tussen het stu­den­ten­leven, de dien­sten van de UGent en de stad Gent. Het creëert een soort zand­lop­er­ef­fect: verenigin­gen vallen onder kon­ven­ten, kon­ven­ten zit­ten aan tafel met de DSA en wij geven dan door aan de orga­nen van de UGent en rap­porteren aan de rec­tor en de stad Gent zelf. Op die manier kun­nen we de ‘ono­plos­bare’ prob­le­men toch oplossen.”

En dan beslis je de grote stap te nemen van prae­sid­i­um van de VEK naar stu­den­ten­be­heerder van de DSA. Hoe kom je tot zo’n besliss­ing?

“Ik zat op kot met de FK-prae­ses van dat jaar (2018, red.). Hij kwam regel­matig naar mij met enorm veel frus­traties over hoe stu­den­ten­za­k­en ver­liepen aan de UGent. Zo wist ik wat de prob­leem­pun­ten waren en daar­door dacht ik ongeveer te weten wat de job inhield. Op het moment van mijn keuze wist ik echter niet wat er alle­maal achter zat. Mijn eerste jaar heb ik dan ook heel veel moeten leren. Door de goeie samen­werk­ing met de VKV (Ver­gader­ing der Kon­ventvoorzit­ters, red.) en een aan­tal oude gezicht­en, hebben we met een goeie dynamiek de dienst heruit­gevon­den. Van daaruit zijn we vertrokken. Ik ben enorm dankbaar voor het geweldige team­work in dat eerste jaar.”

“Het voelt echt een beet­je als een kind­je dat je moet loslat­en”

Wat is voor jou het hoogtepunt van deze afgelopen 4 jaar?

“Dat was een samen­werk­ing met Scham­per. Op het moment dat we naar code rood gin­gen in de coro­n­ape­ri­ode wis­ten we dat de Over­poort ging ont­plof­fen. Toen zijn we daar samen foto’s gaan trekken en hebben we die nacht zelf nog een artikel geschreven. Dit heeft kun­nen bij­dra­gen aan de visie dat gecon­troleerde activiteit­en door verenigin­gen de onge­con­troleerde chaos van coro­na kon tegen­houden. We hebben dat als basis gebruikt om ons beleid verder uit te voeren. Op dat moment waren we de enige stu­den­ten­stad die toch nog stu­den­te­n­ac­tiviteit­en toeli­et op een veilige manier. Ik ben enorm trots op die ver­wezen­lijk­ing.”

Wat was je dieptepunt?

“Er zijn er wel meerdere geweest, en dat is oké. Het stu­den­ten­leven heeft ook ups en downs, let­ter­lijk: heel het semes­ter zijn we actief en plots in de exa­m­en­pe­ri­ode is het zeer rustig. Een van de groot­ste dieptepun­ten is toch afscheid nemen van de func­tie. Het is dubbel, want ik ben enorm trots om te zien wat we hier achter­lat­en. Het nieuwe team is echt een topteam, maar ergens is het toch een dieptepunt, omdat de func­tie bij­na vervlocht­en is met mijn iden­titeits­gevoel. Dat is niet gezond (lacht). Dat loskri­j­gen heeft mij toch even diep getrokken. Het voelt echt een beet­je als een kind­je dat je moet loslat­en.”

Het is belan­grijk­er dat de verenigin­gen en de mensen die onze hulp kun­nen gebruiken, ons weten zijn

In je eerste inter­view met Scham­per sprak je over de wil om de DSA bek­ender te mak­en en in ere te her­stellen. Heb je het gevoel dat dat gelukt is?

“Ja, eigen­lijk wel. Het gaat miss­chien stom klinken, maar alles werkt opnieuw. Op het moment van het inter­view dacht ik miss­chien dat die bek­end­heid ook mocht naar de buiten­wereld toe, maar eigen­lijk is dat irrel­e­vant. Het is belan­grijk­er dat de verenigin­gen en de mensen die onze hulp kun­nen gebruiken, ons weten zijn. Dat gaat ook over de dien­sten bin­nen de UGent en de stad Gent. Daar hebben we onze stem­pel ook kun­nen achter­lat­en. De verenigin­gen weten nu dat we er voor hen zijn en dat is waar ik echt naar­toe wou. We zijn een onder­s­te­unend orgaan. We moeten niet vooraan in de spot­light staan, maar verenigin­gen moeten wel weten dat we er voor hen zijn als het mis­gaat. Dat is de laat­ste jaren ook echt gebeurd.”

Zijn er lopende dossiers waar je met een nieuws­gierig oog naar bli­jft kijken?

“Een waar­van de besliss­ing nog onder mijn man­daat lag, is dat elke verenig­ing gevraagd wordt om min­stens drie mensen af te vaardi­gen naar een oplei­d­ing voor ‘active bystander’. Dat wordt een soort work­shop waar wordt aan­geleerd hoe om te gaan met (sek­sueel) grensover­schri­j­dend gedrag. We hebben hier een eerste ver­sie van gehad op het Stu­dent Boot­camp, waar we prae­sidia work­shops aan­bo­den om hen te helpen in hun func­ties. Maar toen werd ik gebeld door een jour­nal­ist die er meteen vanu­it ging dat daar iets slechts aan voorafging. Daar werd ik toen lastig van omdat het eerder een pre­ven­tieve actie was. We willen proberen ver­mi­j­den dat het prob­leem erg­er wordt. Er zijn in de hele maatschap­pij prob­le­men die aangepakt moeten wor­den, maar dat betekent niet dat het spec­i­fiek erg­er is bij ons. Wij proberen er gewoon al iets aan te doen.”

Wat wordt je vol­gende avon­tu­ur?

“(Lacht) Daar mag ik eigen­lijk nog niets over zeggen, maar er zit­ten ver­schil­lende zak­en in de pipeline.”