Achter de schermen van de Green Office


Iedereen passeert er wel eens: die mysterieuze verdieping onder het UFO-gebouw waar de Green Office huist. Maar wie zijn ze precies en wat doen ze eigenlijk? Wij spraken met Femke Lootens (F) en Ade Dessein (A). 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 11/05/2026 – 9:31 door Fien WaegeStien Kregt­in­gLeone Mattheus

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Wie zijn jul­lie en wat is jul­lie func­tie bin­nen de Green Office?

F: “Ik ben de Green Office-coör­di­na­tor en werk bij Team Duurza­amheid. Dit is onder­tussen mijn vierde jaar in die func­tie. Ik coördi­neer de werk­ing en pro­jecten van de Green Office, begeleid de stu­den­ten en beheer de duurzame mail­box. Mijn focus ligt vooral op de bot­tom-up duurza­amhei­dswerk­ing aan de UGent.”

A: “Ik ben stu­dent bij de Green Office. Het is mijn eerste jaar daar en ik werk rond duurzame edu­catie. Meer spec­i­fiek organ­iseer ik de duurzame zomer­school, die elk jaar plaatsvin­dt in de week voor het nieuwe acad­e­mie­jaar begint.”

Hoe zouden jul­lie de werk­ing van Green Office uit­leggen aan iemand die er nooit van heeft geho­ord? 

A: “Vanu­it stu­den­ten­per­spec­tief is de Green Office een team van ver­schil­lende stu­den­ten, elk met hun eigen func­tie en taak. Het is een heel divers team: som­mige stu­den­ten werken rond voed­ing, anderen rond mobiliteit of edu­catie. We zien duurza­amheid als ecol­o­gisch en soci­aal: ook thema’s zoals diver­siteit, inclusie en fair­trade komen aan bod. Als stu­dent werk je daar een aan­tal uren per week. De bedoel­ing is wel echt dat je een project uitwerkt of iets doet rond het beleid van de UGent. Het per­son­eel onder­s­te­unt de stu­den­ten daar­bij.”

F: “Het Green Office-mod­el bestaat niet alleen aan de UGent, maar ook aan heel wat andere uni­ver­siteit­en. Oor­spronke­lijk werd het mod­el ook door stu­den­ten opgericht. De kern is dat per­son­eel en stu­den­ten samen­werken rond duurza­amheid aan de hogeron­der­wi­jsin­stelling, en daar ook een offi­cieel man­daat voor kri­j­gen. Het is dus niet zomaar iets vri­jbli­jvends vanu­it de uni­ver­siteit. Belan­grijk om te weten is ook dat stu­den­ten ervoor betaald wor­den. We hebben een team van betaalde stu­den­ten, maar daar­naast ook vri­jwilligers, sta­giairs en mensen die zich in het kad­er van een the­sis bij ons inzetten.”

Hoe werken jul­lie samen met de uni­ver­siteit?

F: “We mak­en echt deel uit van de uni­ver­siteit, en dat is ook een belan­grijk onderdeel van het mod­el. Con­creet vallen wij, net als Team Duurza­amheid, onder de logistieke beheerder. Diver­siteit en inclusie vallen dan weer onder de acad­emisch beheerder. We staan trans­ver­saal boven de uni­ver­siteits­di­en­sten, en de Green Office hangt daar dan aan vast. Dat maakt het wel iets spe­ci­aals, zek­er omdat je die stu­den­ten­werk­ing erbij hebt. Maar we zijn dus echt ingebed in het organogram van de uni­ver­siteit.”

“We zit­ten in een soort poly­cri­sis. Daar­door wor­den langeter­mi­jn­doe­len en thema’s zoals de kli­maat­cri­sis en bio­di­ver­siteitscri­sis een beet­je onderges­neeuwd in het maatschap­pelijke debat” – Femke Lootens (Coör­di­na­tor Green Office)

“Elke fac­ul­teit heeft daar­naast een eigen duurza­amhei­d­scom­missie, waarmee we nauw samen­werken. Soms doen we ook belei­dsvoor­berei­dend werk dat we samen met anderen naar die com­missies bren­gen. Er is ook een cen­trale duurza­amhei­d­scom­missie die elke maand samenkomt. Van daaruit gaan beleidsnota’s zoals de Roadmap Duurza­amheid dan verder naar de Raad van Bestu­ur of het Bestu­urscol­lege, dus naar de hoog­ste bestu­ur­sor­ga­nen van de uni­ver­siteit. Af en toe geven we ook input voor de Sociale Raad. En naast het beleid zijn er natu­urlijk de tal­loze pro­jecten en events die we organ­is­eren samen met vak­groepen en stu­den­ten­v­erenigin­gen.”

Waar halen jul­lie per­soon­lijk het meeste vol­doen­ing uit?

A: “Ik ben wel trots op de din­gen die we als team al hebben neergezet, ook omdat het toont dat wij als stu­den­ten echt iets kun­nen bereiken. Ik organ­iseer een zomer­school rond duurza­amheid voor vijftig stu­den­ten. Hopelijk stap­pen die stu­den­ten daar buiten met het gevoel dat ze iets hebben bijgeleerd, en dat ze ook con­creet weten hoe ze kun­nen bouwen aan een duurza­mere toekomst. Boven­di­en bouwen we samen aan een com­mu­ni­ty waar mensen elka­ar kun­nen inspir­eren, onder­s­te­unen en zich thuis voe­len.”

F: “Ik ben alti­jd trots op de stu­den­ten en op wat we voor hen beteke­nen. Want dat is wel veel. Het is niet alti­jd gemakke­lijk om rond duurza­amheid te werken; weer­stand hoort nu een­maal bij veran­der­ing. We zit­ten in een soort poly­cri­sis. Daar­door wor­den langeter­mi­jn­doe­len en thema’s zoals de kli­maat­cri­sis en de bio­di­ver­siteitscri­sis een beet­je onderges­neeuwd, ter­wi­jl die even belan­grijk zijn als de voor­grond­prob­le­men. Ze hangen ook duidelijk samen met de oor­logen van van­daag.”

Hoe kun­nen stu­den­ten jul­lie bereiken?

F: “We hebben alti­jd een vri­jwilliger­se­v­en­e­ment aan het begin van het jaar, en bij­na elke week is er wel een event in de Green Hub. Soms kan je ook komen stud­eren in de Green Hub. Ook de zomer­school is bijvoor­beeld open voor iedereen. We doen echt ons best om stu­den­ten te bereiken via sociale media, de nieuws­brief, de UGent-kanalen en Ufo­ra.”

Wat zijn de groot­ste moeil­ijkhe­den waar jul­lie tege­naan lopen?

F: “Een paar jaar gele­den was er een bespar­ing­soe­fen­ing en het had geen haar gescheeld of we zat­en hier niet meer. Het feit dat we er nu nog zijn, toont gelukkig wel dat duurza­amheid wel belan­grijk is en dat het over­al moet zit­ten.”

“Ik ben wel trots op de din­gen die we als team al hebben neergezet, ook omdat het toont dat wij als stu­den­ten echt iets kun­nen bereiken” – Ade Des­sein (Stu­dent bij Green Office)

“En dat wij ook een belan­grijke schakel zijn om aan duurza­amheid te werken. Want als nie­mand eraan werkt, dan gebeurt het ook niet. Zulke din­gen gebeuren niet vanzelf. Dus voor mij is dat uitein­delijk de groot­ste moeil­ijkheid: die weer­stand, en die kan soms heel ste­vig zijn.”