Academische opblaasknuppel


"Twijfelen is menselijk", zeiden vrienden me toen ik deze zomer fulmineerde over mijn richting, chemie. Anderen keken raar op: de meeste mensen vinden het evident dat derdebachelorstudenten in een modeltraject hun studies ook graag doen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 25/11/2024 – 5:55 door Zita-Luna De Smaele

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Dit prob­leem begon al voor mijn inschri­jv­ing aan de UGent. Bin­nen de verwachtin­gen van mijn mid­del­bare school waren er maar twee opties: geneeskunde of burg­er­lijk inge­nieur. De keuze om exacte weten­schap­pen te gaan doen, was al een kleine daad van rebel­lie. Gek genoeg was het groot­ste tege­nar­gu­ment van de toen­ma­lige leerkracht­en het hoge start­loon van een burg­er­lijk inge­nieur, een goed­kope reden.

Over andere mogelijkhe­den had ik nooit geho­ord, laat staan dat ze een val­a­bele optie waren. Het erg­ert me wel, de tal­en­leerkracht­en com­pli­menteer­den mijn schri­jf­sti­jl en inzet, maar dat tal­ent moest dan maar een hob­by bli­jven. Som­mi­gen verk­laar­den richtin­gen zoals de recht­en of de poli­tieke weten­schap­pen tot ‘de vuil­bak’. Miss­chien is chemie de beste keuze geweest, maar neem mijn andere tal­en­ten en inter­ess­es ook serieus.

Mijn argu­ment dat maatschap­pelijke ken­nis over je onder­zoeksveld ook belan­grijk is, werd com­pleet afgeschoten

Waar ik tege­naan loop in mijn richt­ing is niet uniek: de werk­last is enorm hoog. Door mijn tijd bij Scham­per en de GSR herken ik gelijkaardi­ge trends in andere richtin­gen. De ettelijke labover­sla­gen die ik weke­lijks schri­jf zijn vergelijk­baar met de tien­tallen boeken die een stu­dent taal- en let­terkunde moet analy­seren. Dit soort vakken, en je vin­dt ze in nage­noeg iedere richt­ing, zuigen stu­den­ten leeg van al hun energie en passie, voor slechts een hand­vol studiepun­ten. De 25 uur per week die ik eraan spendeer − oh ja, ik chronome­treer ze − gaan niet naar mijn andere vakken. De boeken gaan pas open in de blok.

De koord waar ik op dans staat op breken, dit acad­e­mie­jaar doe ik een laat­ste gooi naar de chemi­cus diep in mezelf. Deze zomer con­tacteerde ik de ver­ant­wo­ordelijke pro­fes­sor voor de minor ‘Inter­dis­ci­plinaire ver­bred­ing’ (lees: keuze­vakken),. Ze had de allures van een poortwachter. Na lang over­tu­igen liet ze me toe. Stel je nu voor, 15 studiepun­ten onge­brei­delde vri­jheid, ze zouden me miss­chien naar het hoofd sti­j­gen. Toen ze mijn selec­tie zag, schoot ze in de lach. Braaf­jes had ik burgievakken over poly­meren en tex­tiel gekozen, maar mijn kleine verzet, Fash­ion and Tex­tiles, was haar niet ont­gaan.

Opnieuw word ik gecon­fron­teerd met de UGent-hiërar­chie: je ver­la­gen tot de kunst­weten­schap­pen, onge­ho­ord! Mijn argu­ment dat maatschap­pelijke ken­nis over je onder­zoeksveld ook belan­grijk is, werd com­pleet afgeschoten. Kweek je zo geen vakid­ioten?

Scham­per, de stu­den­ten­raad en inter­es­sante vakken opne­men in cred­it­con­tract geven me meer vol­doen­ing als stu­dent dan mijn oplei­d­ing. Hoe lang houd ik die sprei­d­stand vol?