200 jaar genialiteit


In de 200 jaar durende geschiedenis van onze universiteit hebben we zinnige en minder zinnige dingen gezien. Een (veel te kleine) selectie uit die tweede categorie. 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/05/2017 – 23:42 door Wout Vier­ber­genSelin Bak­istan­li

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ig Nobel

Elk jaar wordt de Ig Nobel­pri­js uit­gereikt aan uitvin­din­gen die net niet geni­aal genoeg zijn om de echte Nobel­pri­js in de wacht te slepen, maar als het onder­zoek de lach­spieren bij de jury van de Ig Nobel­pri­js weet te rak­en, maakt het onder­zoek alsnog de kans om de par­o­die op de Nobel­pri­js in de wacht te slepen. In sep­tem­ber sleepten Eve­lyne Debey en Maarten De Schryver, bei­de onder­zoek­ers aan UGent de Ig Nobel­pri­js voor psy­cholo­gie in de wacht. Debey en De Schri­jver onder­zocht­en samen met collega’s uit het buiten­land hoe goed leu­ge­naars leu­gens kun­nen vertellen. Hier­voor vroeg men leu­ge­naars om te liegen in func­tie van het onder­zoek. In het onder­zoek vroeg men hen ook om bij te houden hoe vaak zij leu­gens vertelden. Zouden de proef­per­so­n­en deze laat­ste vraag eerlijk beant­wo­ord hebben? De juryle­den van de Ig Nobel­pri­js von­den het fenom­e­naal dat de onder­zoek­ers aan duizen­den leu­ge­naars gevraagd hebben hoe vaak ze liegen om ver­vol­gens die antwo­or­den zelf te geloven.

Wispelturige meridiaanlijn

Adolphe Quetelet, één van de eerste alum­ni van de Gentse Rijk­suni­ver­siteit, werd in 1836 aangesteld om een uni­forme tij­dreken­ing voor Bel­gië te organ­is­eren. Hier­voor werd in het statige peri­styli­um van de Aula, het paleis van de uni­ver­siteit, een meridi­aan­li­jn en een klein obser­va­to­ri­um uit­gerust met een meridi­aankijk­er aange­bracht. Deze lat­en toe om de lokale zon­neti­jd nauwkeurig te bepalen en aan de hand van vergelijk­ingsta­bellen kon deze omgezet wor­den naar de nationale tijd. Amper twee jaar lat­er, in 1838, werd de tijd al aan de hand van de klokken die op de trein aan­wezig waren ver­spreid. De opkomst van de telegraaf maak­te het zelfs mogelijk om de tijd recht­streeks vanu­it Brus­sel door te seinen. De meridi­aankijk­er werd over­bod­ig. In 1960 maak­te men het ocu­lus in de koe­pel dicht en had de meridi­aan­li­jn geen func­tie meer tot men in 1998 nos­tal­gisch werd en de open­ing weer vrij maak­te en de meridi­aan­li­jn her­stelde. Op heldere dagen kun je van­daag nog steeds tot op tien sec­on­den nauwkeurig het mid­dagu­ur aflezen op de vlo­er van de Aula.

Faaltoren

Grote kans dat je deze toren nog niet gespot hebt. De UGent heeft namelijk haar best gedaan om hem goed te ver­stop­pen. In 1934 wer­den de plan­nen voor het grote Tech­nicum­com­plex inge­di­end en goedgekeurd. Het zouden heuse tech­nis­che lab­o­ra­to­ria moeten wor­den. De kers op de taart zou een grote ver­ti­cale wind­tun­nel moeten wor­den, maar die is er nooit gekomen. Het Labo voor Aëro­dy­nam­i­ca zou moeten dienen om stro­min­gen van lucht en andere gassen in func­tie van de vlieg­tu­ig­bouw te bestud­eren. Maar, zoals gezegd wer­den de plan­nen niet gere­aliseerd. Toch staat er achter het hydraulicage­bouw een toren. Over deze toren zwi­j­gen de archieven in alle tal­en. Een toren­watch­er wist ons te vertellen dat er nooit iemand in die toren komt en dat hij al jaren leegstaat, er zou enkel een trap­kast in staan. Wat deze leegstaande grap gekost heeft, en onze uni­ver­siteit nog steeds kost, is even­min terug te vin­den.